IJsland 2001

Zaterdag 4 augustus,

Als je gisteren avond aangekomen bent in Reykjavik, en er was geen IJslander te bekennen, dan weten wij waar ze allemaal waren. De weg naar Thórsmörk leek gisteren wel een snelweg. Tot 00:30 hebben we nog auto´s voorbij zien komen met gigantische travel sleepers. Vandaag wandelen we naar de Tindfjöll. Een berg waar een wandeling omheen lijdt. In het begin was het een nogal makkelijke vrij tamme route, maar na ongeveer een uur wandelen wordt dat wel anders. Vlak langs het pad kijk je dan behoorlijk ver in de diepte. Sommige stukken voeren door een echt IJslands bos (waar je dan ook met kop en schouders boven uit steekt).Op andere plaatsen is het pad zo diep uitgesleten dat je er met je knieën net boven de rand uitkomt. Na ongeveer anderhalf uur komen we dan bij een uitzichtpunt. Je kijkt hier over 200 meter dieper gelegen Krossá dal, en links zie je de Myrdalsjökull. We lopen verder langs het hier slecht aangegeven pad, maar schijnbaar moet je langs de klif af blijven lopen. Na een tijdje vinden we dan het pad ook weer terug, en daarmee het spannendste stuk van de wandeling. Gelukkig staan er op veel plaatsen boompjes waaraan je je vast kunt houden. Af en toe even een stukje op handen en voeten, en drie en een half uur nadat we vertrokken staan we weer op de bodem van het Krossá dal.En nu nog even terug rijden naar de ringweg. Bij de rivier waar we op de heenweg even met de voeten van de vloer gingen is het een enorme drukte. Er zijn hier toch meerdere routes door het water, en de route die wij op de heenweg genomen hebben blijkt toch niet de route te zijn die je het beste kon volgen. Ik begin nu ook ernstig te twijfelen of ik hier nog wel terug overheen kan komen. We staan even te kijken als een grote oranje vrachtwagen met 5 stevige mannen hier even stopt. 2 van hen stappen uit, en kijken ook even rond. Ik raak met een van hen aan de praat, blijkbaar werken ze in de wegenbouw, en rijden vaak door deze rivieren heen en hebben hier ruim ervaring in. Een van hen bied aan de auto naar de overkant te brengen. Ik geef hem de sleutels van de auto, en ga zelf als passagier in de auto zitten. Het is geruststellend dat hij in ieder geval de route door het water neemt welke ik hier zou hebben genomen als ik alleen aangekomen zou zijn. Rustig rijd hij de auto het water in.Ondanks de sterke stroming blijft de auto keurig netjes over de bodem rijden. Mijn chauffeur is ook midden in het water de rust zelve, en inderdaad, als je weet hoe je zoiets aanpakt is het een fluitje van een cent. Ans komt als passagier van de vrachtwagen naar de overkant en samen stappen we weer in onze eigen auto, en na het bedanken van de chauffeur rijden we weer verder. Bij de volgende rivierdoorsteek staat de vrachtwagen al op ons te wachten. Als we er bijna zijn rijd hij aan om aan ons te laten zien welke route we het beste door het water kunnen nemen. Zodra we erdoor zijn gaan de raampjes van de vrachtwagen naar beneden, en komen er een paar opgestoken duimen naar buiten. Vervolgens geeft de vrachtwagen chauffeur wat meer gas, en gaat er vandoor. Met een iets lager tempo gaan wij dezelfde kant in.
We komen weer langs de Seljalandsfoss gereden. Ondertussen is hier een prachtige blauwe lucht komen opzetten. Weer even stoppen dus voor het maken van wat foto´s, nu met regenboog.
Een ding zijn we op de heenweg nog aan voorbij gereden, de Paradísarhellir (Paradijsgrot). We rijden dus een 3 kilometer terug over de ringweg, en zien al snel een onduidelijk bordje staan richting Paradísarhellir. Ook deze grot is vroeger bewoond geweest door een vogelvrij verklaarde IJslander, namelijk Hjalti Magnússon. Het pad is vrij duidelijk te volgen, en een 20 minuten later staan we een metertje of 6 onder de ingang van de grot. Met behulp van een touw klimmen we naar boven. De grot is redelijk ruim, en ik kan me slechtere plekken bedenken om als schuilplaats te gebruiken. Binnen in de grot ligt een gastenboek in een doos welk we uiteraard even tekenen. Op een plateautje net buiten de grot ligt een jonge meeuw welke een beetje gelaten kijkt naar al dat geklim van die touristen. Als we na een tijdje weer afdalen horen we hoe het jong roept. Hij/zij zal wel honger hebben.We rijden verder langs de ringweg, en slaan bij Selfoss af richting Þingvellir. We willen daar op de camping overnachten om vervolgens via de 550 (de Kaldidalur weg) naar de Hraunfossar te rijden.

Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14