IJsland 2005

21 februari

´s – Morgens begin ik met een heerlijke douche. De typische lucht van het IJslandse warme water vult mijn neus. Als ik mezelf afdroog zie ik dat ik mijn zilveren ring beter af had kunnen leggen alvorens in de douche te stappen. Het zilver van de ring is veranderd in een op koper gelijkende kleur. Poetsen helpt niet, maar ik weet dat na een paar dagen de originele kleur weer terug zal keren.Na het ontbijt rijden we naar het nationale park Þingvellir. In Þingvellir werd in 930 op aandrang van Úlfjótur het Alþing, een openbare wetgevende vergadering opgericht. Maar wij gaan voor de 22 meter hoge Öxaráfoss, een waterval aan het einde van de Allmannagjá kloof. (kloof van alle mannen).
We rijden over weg 48. Onderweg blijft de mist hardnekkig, en soms zien we geen hand voor ogen. Bij een klein stroompje stoppen we even om in ieder geval iets van een winters landschap, of op zijn minst enkele ijspegels te kunnen fotograferen. De temperatuur ligt rond het vriespunt, maar omdat het windstil is voelt het niet echt koud aan. De stilte is hier oorverdovend. Helaas een fenomeen wat extra opvalt omdat wij dat in Nederland niet meer gewend zijn. Door de diepe sneeuw wandel ik een stukje langs het water af. Aan enkele rotsen hangen mooi geformeerde ijsformaties. Op sommige plaatsen vormt de opgewaaide sneeuw een pak van wel anderhalve meter dik. We rijden verder, en genieten zoveel mogelijk van de 50 meter IJsland die we vanwege de mist rondom ons heen kunnen zien. 50 Meter IJsland, de rest hangt in nevelen. Dan wordt het langzaam lichter. Een waterig zonnetje prikt door de mist heen. De 50 meter zicht groeit uit tot 100 meter, 200 meter, een kilometer. In de lucht worden steeds grotere blauwe vlekken zichtbaar, totdat de enige mist die we nog zien zich in onze achteruitkijkspiegel bevind. Om ons heen zien we de met sneeuw bedekte bergen afsteken tegen een strak blauwe lucht. Paarden lopen door de met sneeuw bedekte weilanden, meren zijn omgetoverd in ijsbanen. Voor dit IJsland zijn we gekomen! Bij de kruising van de 48 met de 36 slaan we af richting Þingvellir Vanaf de kruising is het maar een kleins stukje tot aan het park, en even later draaien we het parkeerterrein van het nationale park op. Door het dooien en weer opvriezen is het parkeerterrein veranderd in een grote ijsmassa. De parkeerplaats ligt er verlaten bij. De verleiding is dan ook erg groot om een korte slipcursus te volgen. De drang om te zien waarvoor we zijn gekomen is echter groter dan het plezier van het glijden over het ijs. De auto wordt geparkeerd. De fotospullen gaan in de rugzak, en even later lopen we omhoog tegen de steile met sneeuw bedekte wanden van de kloof.Vanaf de bovenzijde hebben we een prachtig uitzicht op de met sneeuwgevulde kloof, en de met ijspegels behangen Öxaráfoss. Om op de bodem van de kloof te kunnen komen moeten we eerst weer een stukje aan deze zijde afdalen,maar even later staan we bij de waterval. De lucht is strak blauw, en in de sneeuw, en in het zonnetje genieten we van onze boterhammen, en natuurlijk van de omgeving.Als we de omgeving goed in ons hebben opgenomen, en de camera de nodige opnamen gemaakt heeft laten we de kloof achter ons. We gaan verder naar het Geysir gebied. We willen over de 365 naar dit gebied rijden, maar helaas. Aan het begin van de weg staat een waarschuwingsbord met de tekst Ófært – Impassable. Dat wil dus zeggen dat we ongeveer 25 kilometer zullen moeten omrijden over de 36. De omweg wordt al snel vergeten als we tegen de prachtige blauwe lucht de geiser Strokkur keer op keer zien uitbarsten. De bekendere oude geiser, Geysir zelf laat af en toe van zich horen, Dikke witte wolken stoom ontsnappen aan de geiser, maar de hoge uitspattingen van enkele jaren geleden worden niet meer gehaald. Naar mijn idee zijn we nog veel tekort hier als we toch alweer verder moeten gaan. Ik wil graag de Gulfoss in het avondlicht zien, en de zon begint nu al aardig de horizon te naderen zodat ik mijn spullen inpak en we naar de 10 kilometer verderop gelegen waterval rijden.Langzaam schuiven we over het verijsde zandpad naar beneden. Soms op handen en voeten, en constant op onze hoede om niet uit te glijden komen we uiteindelijk bij de waterval aan. We bewonderen de bevroren structuren aan de wanden, gevormd door het opspattende water van de waterval. Tijdens het ondergaan van de zon veranderd de zilveren sneeuw langzaam in een gouden massa. Delen van de waterval liggen al in de schaduw. De gouden sneeuw aan de zonzijde geeft een warm contrast met de kille schaduw zijde van de waterval. Vlak voordat de zon echt achter de horizon verdwijnt lopen we weer naar boven, alwaar we met de auto naar het nog hoger gelegen parkeerterrein rijden. Het begin van de Kjöllur route is afgezet met het bord Ófært Impasable, oftewel verboden in te rijden. Als de zon uiteindelijk is verdwenen, kleurt de lucht van zacht blauw naar zacht roze. Dit in combinatie met de verder door sneeuwval wit gekleurde bergen geeft een bijna buitenaardse uitstraling aan dit prachtige berglandschap.In het donker rijden we over weg 35 om te overnachten in de boerderij Sel bij Grímsnes. Zowel de weg naar de boerderij, als het grasveld bij de bungalow zijn verdwenen onder een pak ijs. We kunnen vanaf het terras nog even genieten van de roodgekleurde lucht. De kou jaagt ons al weer snel naar binnen. De warmte in het huisje maakt me erg loom, en al snel lig ik voor Pampus op de bank. Rond een uur of 10 word ik wakker, en loop nog even naar buiten. Aan de hemel is vaag een beetje noorderlicht te zien. Als je lang kijkt verdwijnt het. Even de ogen dicht, en opnieuw proberen, en daar is de groene band weer.

Pages: 1 2 3 4 5 6