IJsland 2005

26 februari

Onze laatste hele dag op IJsland. In 1999 liepen we een stuk langs de Skógafoss, en draaide we om vanwege het slechte weer. 2 Dagen geleden liepen we een stuk langs de Skógafoss, en moesten we omdraaien omdat het donker werd. We gaan onze laatste dag dus gebruiken om een stuk verder langs de rivier Skóga door te lopen. Vandaag vriest het ligt, en de lucht is prachtig blauw, tenminste boven land. Uitkijkend over zee zien we een geweldige donkere lucht hangen. Als we de 400 treden naar de top van de Skógafoss oplopen kunnen we alleen maar hopen dat die donkere lucht blijft hangen waar hij hangt. In tegenstelling tot de modder waar we eergisteren in liepen, lopen we nu over licht bevroren modder. Het wandelt in ieder geval een stuk prettiger. Onze voetsporen van de vorige wandeling die we hier maakten zijn nog duidelijk zichtbaar. Kennelijk is het hier in de wintermaanden niet erg druk. De drukte beperkt zich in ieder geval tot aan de voet van de waterval. Enkele bezoekers willen zich ook nog wel wagen aan de 400 treden van de stalen trap, maar eenmaal deze hindernis genomen heb je het hele terrein voor jezelf. De eerste anderhalf uur lopen we redelijk stevig door. Dit is al de derde keer dat we dit stuk lopen, en we willen nu wel eens wat verder komen. Dan komen we aan op voor ons nieuw terrein. Het pad loopt nog steeds langzaam omhoog. Na twee uur hebben we uitzicht op een wel honderd meter hoge waterval. De bodem van de kloof is hier volledig verijst en staat vol met mooie ijssculpturen. Voorzichtig waag ik mij dichter aan de rand van de glibberige ruim honderd meter diepe kloof. Met donderend geraas stort het water zich hier tussen ijs en sneeuw naar beneden. Het opspattende water slaat neer op de bevroren wanden van de kloof, en vormt hier de meest artistieke figuren.
Een korte tijd later staan we alweer bij een volgende waterval. Aan deze rivier vormt zich een grens. Aan deze zijde staan we op rots, en zien we nog enige mos en plantengroei, Aan de overkant is alles wit. Dit landschap sluit naadloos aan aan de wat verderop gelegen gletsjer. Lang kunnen we niet genieten van de prachtige ijswand. Het wordt tijd om weer aan de terugweg te beginnen. We lopen nog even naar een iets hoger gelegen punt, om van het uitzicht te kunnen genieten. In de verte zien we de berg bij Petersuy, met daarachter de rots Dyrhólæy, een stuk verder op de 66 meter hoge rots van Reynisdrangar. Boven zee hangt nog steeds de inktzwarte bewolking, terwijl wij baden in zonlicht.We aanvaarden de terugweg, en als de zon al bijna onder is komen we aan bij de 400 treden die leiden naar de voet van de Skógafoss. We willen overnachten in Kevlavik, en hebben na overleg met de eigenaar een eigen cottage voor 5000 i.p.v. 7000 kronen. Als we aankomen is het al donker. Vanuit Sandgerði bellen we nog even om te vragen waar we precies moeten zijn. Omdat de weg lastig te vinden is komt de eigenaar ons ophalen. Middels veel links en rechts afslaan, en over erg hobbelige zandwegen komen we aan bij enkele bungalows. Zonder hulp van de eigenaar zouden we deze locatie nooit hebben kunnen vinden. Zeker niet via deze wegen, en zeker niet in het donker. Het huisje is van alle gemakken voorzien. Op het terras hebben we zelfs een prive hotpot. De verhuurder heeft de hotpot al ongeveer tot de helft gevuld. Langzaam loopt de hotpot verder vol, terwijl wij in het huisje gaan zorgen voor de

inwendige mens. Na het eten wil ik de gebeurtenissen van deze dag bijschrijven in mijn notitie boekje. Ik open de rugzak, maar geen notitie boekje. Snel open ik de eerste tas, de tweede tas, en de derde tas. Maar ik kan alles zoveel omkeren als ik wil, maar het boekje blijft onvindbaar. Een lichte paniek maakt zich meester van mij. Mijn aantekeningen, mijn indrukken, mijn gevoelens, weg! Ik bel nog naar Vellir in Petersuy waar we onze vorige overnachting hadden om te vragen of ze willen uitkijken naar het boekje waarvan ik verwacht dat het daar ergens in de bungalow moet liggen. Ze belooft me de volgende dag te kijken, en geeft mij haar E-mail adres zodat ik mijn adresgegevens kan doorsturen. Ik wil niet de laatste avond bederven door de angst dat het boekje niet meer terugkomt, dus gaan we nog even relaxen in de hotpot. De hotpot is zo “hot” dat we moeite hebben er in te komen. Als we eruit komen zijn we allebei zo sloom dat we als een blok in slaap vallen.

27 februari

06:00 AM. Uit mijn telefoon klinkt “no surprises” van Radiohead. Na een te korte nacht waarin ik nogal vast heb geslapen duurt het even alvorens het tot me doordringt dat ik op moet staan. Slaapdronken kom ik overeind. Met tegenzin sla ik de warme dekens van me af. Even later sta ik aangekleed langs het bed. Het ontbijt heeft wat moeite om doorgeslikt te worden. Voor de laatste keer deze vakantie laden we onze tassen terug in de auto. We werpen een laatste blik in het huisje om er zeker van te zijn dat we niets zijn vergeten. Even later rijden we door het nog donkere IJsland naar het vliegveld van Kevlavik. Eerst zet ik Ans af bij “Departure”. Dan rijd ik terug naar de andere kant van het vliegveld om de auto weer in te leveren. De formaliteiten hier zijn vrij snel afgewerkt, en even later voeg ik mij bij Ans die in de kortste rij aan de incheck-balie staat. We zijn al bijna aan de beurt als het alsnog misloopt. Vlak voor ons staat een stel, waarvan de mannelijke helft uit Pakistan komt. Hij heeft slechts een identiteitskaart wat blijkbaar niet voldoende is om in te checken. Er wordt druk getelefoneerd, en overlegd met naast gelegen incheckbalie’s. “Onze” baliemedewerkster gaat met het stel op sjouw langs enkele van haar collega’s. Helaas, niemand kan haar verder helpen, zodat uiteindelijk de luchthavenpolitie er bij wordt gehaald. Het stel wordt meegenomen, en vanaf dat moment gaat het inchecken weer door met de normale routine zodat we even later toch nog door de douane naar de taxfree winkels kunnen. Twee dagen geleden is ons petekind Lois geboren. We willen voor haar toch iets kopen dat met IJsland te maken heeft. Na een tijdje zoeken weten we een pluche papegaaiduiker te scoren. Als je de vogel knuffelt, begint deze geluidjes te maken.Vijf minuten voor de officiële vertrektijd zitten we op onze plaats in het vliegtuig. Door het raam kan ik zien dat er over de vleugels een laagje ijs is afgezet. Een hoogwerker komt er aan te pas om het ijs van de vleugels te verwijderen. Al met al kost dit ongeveer 10 minuten. Met een kwartiertje vertraging taxiën we naar de startbaan.Aan het begin van de startbaan blijft het vliegtuig even staan. De motoren beginnen te bulderen. Dan schiet het vliegtuig snel naar voren. Steeds sneller accelereert het vliegtuig, de wielen komen los van de grond en al snel zien we IJsland kleiner en kleiner worden. Vanaf een paar kilometer hoogte kunnen we nog een laatse blik werpen op dit prachtige land. Ver onder ons zien we de Mýrdalsjökull, en een nu wel hele kleine versie van Dyrhólæy en Reynisdrangar. Al snel nemen de wolken het zicht op het vaste land van IJsland wegIk probeer voor mezelf nog te reconstrueren waar mijn zwarte boekje verloren gegaan kan zijn, maar kom niet verder dan onze bungalow in Vellir.Omdat de indrukken nu nog vers zijn begin ik zoveel mogelijk op te schrijven wat we de afgelopen week hebben gedaan, wat we hebben beleeft en hoe we het hebben beleefd. Omdat we geen blanco papier hebben begin ik op de kaft een puzzelboekje van Ans.Ik begin met de laatste dag, en werk zo langzaam terug naar de eerste dag. Ans schrijft ondertussen op waar we geweest zijn. De kaft van het puzzelboekje is niet groot genoeg, dus vragen we aan de stewardess of ze misschien wat papier heeft zodat we kunnen schrijven. Na een half uurtje komt ze terug met precies 1 blaadje. Oké, het is wat we vroegen, maar wel erg karig. Puntsgewijs probeer ik een reconstructie te maken van alles wat en hoe we het gezien hebben. Aan de hand van de aantekeningen, en de foto´s die ik geschoten heb zal ik proberen het verhaal sluitend te krijgen. Ik heb nog hoop dat mijn boekje wordt teruggevonden, en dat het thuisgestuurd wordt.Bij thuiskomst worden alle tassen natuurlijk leeg geladen, en opnieuw doorzoek ik ieder vakje nauwkeurig op de aanwezigheid van het zwarte boekje, maar het blijft onvindbaar. Ik zet de computer aan om een mailtje te sturen naar de plaats waarvan ik vermoed dat het boekje ligt. De mail die ik stuur naar f-vellir@is komt retour. De naam wordt niet gevonden. Ik stuur een mailtje naar Þorleifur, met de vraag contact op te nemen. Hij kan in ieder geval in het IJslands communiceren met de eigenaresse.
Die avond komt een mailtje retour van Þorleifur. Het boekje is niet gevonden.
Dus………
Ergens tussen Vellir (Petersuy) en Kevlavik moet een boekje liggen met het volgende signalement:
Ik ben Iets kleiner dan A5Ik heb een glimmende zwarte kaft. Mijn eerste 20 of 30 pagina’s zijn enkelzijdig beschreven
Het handschrift is waarschijnlijk alleen door de schrijver te herkennen.

Waarschijnlijk lig ik ergens in het plaatsje Petersuy langs weg nummer 219 in Vellir

Tips die leiden tot het terugvinden van het boekje worden beloond!

 

Pages: 1 2 3 4 5 6