Menu Close

IJsland 2006

Dinsdag 22 augustus 2006,

Langzaam dwarrelt het zand naar beneden. De blauwe hemel komt langzaam weer tevoorschijn. Onderweg van Kverkfjöll naar Askja zagen we de zandstorm in de verte al hangen. We waren er allebei van overtuigd dat wij daar geen last van zouden krijgen. We begonnen aan de rit naar Askja, terwijl boven ons het zonnetje scheen, en de lucht op een paar mooie witte wolken na strakblauw was. Met een lage snelheid vorderde we langzaam. We ontweken de rotsen die op de weg lagen, en reden door kuilen, en los zand waarin we bijna vast kwamen te zitten. Vol bewondering keken wij terwijl de wind aanzwol naar het pekzwarte zand dat in mooie banen over de weg werd geblazen. De zandstorm lag ver ten westen van ons. Het werd al anders toen de weg naar Askja ook naar het westen af draaide. De zon verschuilde zich achter de dikke zandwolk, het zand kletterde tegen de auto, en het zicht werd enorm beperkt door het voortrazende zand. Ik vroeg me zelfs af of we niet beter om konden draaien. Een paar kilometer voor Askja werd het weer wat rustiger, en begon de zon zich een weg te banen door de zandwolk. En nu we bij Askja staan, daalt het fijne zand langzaam naar beneden, en worden de contouren van de bergen in de verte langzaam weer zichtbaar.
Als we in de ochtend beginnen aan de wandeling naar de 1200 meter hoge Bischupfjell staat de zon al hoog aan de hemel. Achter de hut loopt een pad steil naar boven. Omdat we nog in een ritme moeten komen staan we allebei al snel te hijgen, en krijgen we het zo warm dat de eerste kleding laag al weer wordt uitgetrokken en in de rugzak verdwijnt. Gelukkig wordt het terrein dan een stuk vlakker, en rustig aan lopen we verder. De route is redelijk goed aangegeven, maar af en toe moeten we toch goed om ons heen kijken om het pad weer terug te vinden. We lopen tegen de zon in, en dat is natuurlijk niet bevorderend voor het zoeken naar halve meter hoge paaltjes waarvan de uiteinden geel zijn geschilderd. Na een steile klim, komt er een splitsing in de gele route. Links gaat de route over het lavaveld, rechts schuin omhoog richting de Vatnajökull. We willen het uitzicht over de Vatnajökull zien, en dus kiezen we voor rechts. Na een paar honderd meter moeten we over een zigzag padje erg steil omhoog, en daar zijn we dan ook wel een tijdje mee bezig. Ook hier raken we de gele paaltjes uit het oog, maar we weten ongeveer waar we heen moeten. Natuurlijk lopen we langs de verkeerde kant omhoog, maar op een kleine omweg na is dat geen probleem, en al snel vinden we de gele paaltjes weer terug. Van boven af is trouwens makkelijk te zien hoe we eigenlijk hadden moeten lopen. Na effectief een uur en 20 minuten te hebben gelopen staan we op het hoogste punt van de wandeling. In het echt hebben we er een uur langer over gedaan. Makkelijk als je een GPS bijhebt dat aangeeft hoeveel tijd je gelopen en hoeveel tijd je hebt benut met andere zaken, zoals fotograferen, eten, route zoeken en rondkijken. De wandeling was in ieder geval iedere minuut, iedere zweetdruppel, en al het gehijg meer dan waard. We kijken uit over een mirakels mooi landschap dat bestaat uit rode en zwarte bergen, de Vatnajökull, en erg ruige bergtoppen. In de verte raast nog steeds de zandstorm op veilige afstand een stuk achter de Dyngjujökull. We hebben moeite om te beginnen aan de terugweg. Alvorens te vertrekken, kijken we nog een keer goed om ons heen, snuiven de frisse lucht op, en luisteren naar de absolute stilte van het spectaculair mooie landschap. Dan gaat de weg weer terug naar de kamping. Nadat we onszelf hebben getracteerd op een lekkere kop koffie met een chocolade sprits, vertrekken we door het mooie landschap richting Askja.

Woensdag 23 augustus 2006, De wraak van Askja!

Augustus 1999, we rijden met onze Hyundai Atos door het Ijslandse landschap, en genieten van de droom die eindelijk is uitgekomen. Onze Hyundai Atos is een maatje te klein voor de F88 zodat de Askja buiten ons bereik valt. Gelukkig zijn er Ijslandse bedrijven die daar handig op inspelen, en excursies organiseren naar Askja. Wij besluiten met de bus mee te gaan, en moeten daarvoor ‘s-morgens om 07:00 klaar staan voor vertrek. De excursie gaat ongeveer 14 uur duren, dus wordt ons verteld zijn we rond 21:00 uur terug bij Myvatn waar de excursie van start gaat. Nadat we naar mijn idee veel te lang hebben gepauzeerd bij de camping nabij de Herdubreið rijden we verder naar Askja. Daar aangekomen heeft de chauffeur een verrassing voor ons. Als we hard naar de Askja rennen, vlug een keer in de Viti springen en dan weer terug rennen kunnen we in plaats van om 21:00 uur al om 19:00 uur terug zijn. Alsof we een extra vrije dag krijgen van de baas reageert iedereen opgetogen op dit nieuws, en iedereen snelt de bus uit om zo snel mogelijk een blik te kunnen werpen op het natuurschoon, en dan weer hard terug te rennen naar de bus. Ik ben enorm teleurgesteld, maar zeg niets, en voeg me netjes naar de groep. De tijd bij de Öskjuvatn is te kort om goed te kunnen zien, en met een gevoel iets niet goed afgemaakt te hebben keren we terug naar Myvatn. Om 19:00 uur zijn we terug in Myvatn.
23 augustus 2006! We are back. En nu bepalen we helemaal zelf wat we doen. Gisterenavond zijn we hier aangekomen, en hebben toen niet veel meer gedaan. De hemel was bedekt door een dikke laag stof, en de zon kon nauwelijks de aarde bereiken. Het leek op een landschap van “na de bom”. Vanmorgen hadden we weer een lekkere strakke blauwe hemel. Na ons ontbijt reden we aan naar het 8 kilometer verderop gelegen parkeerterrein om vanaf daar te beginnen aan de drie kilometer naar het Öskjuvatn. Om 09:15 begonnen we met de wandeling. We daalden af naar de bodem van de Viti, waar we uitkeken over het melk witte redelijk warme water van deze krater. Op verschillende plaatsen kwam de hete stoom uit de wanden gespoten, en zag het geel van de zwavel. Die zwavel roken we trouwens al toen we nog ongeveer twee kilometer voor de Viti waren. Ook in het water stijgen op veel plaatsen luchtbelletjes omhoog. Nadat ik een rondje om het water heb gelopen moet ik natuurlijk ook even voelen hoe warm het water eigenlijk is. Dat valt tegen! Ik geloof niet dat het water verder komt dan tussen de 22 en de 25 graden, maar eigenlijk maakt me dat niet zoveel uit, want ik heb en geen zwembroek, en geen handdoek meegenomen. We klimmen dus weer naar boven en lopen verder naar het Öskjuvatn. Om een beter uitzicht te krijgen wandelen we langs een pad omhoog. Het losse zand maakt de wandeling niet eenvoudig, en regelmatig schuiven de voeten weg, waarna we om het evenwicht terug te vinden hevig met de armen moeten zwaaien. En natuurlijk, op het moment dat je denkt boven te zijn, ligt er achter de berg een nog hogere berg. Om nu te voorkomen dat we blijven klimmen, besluiten we dat een paal die we in de verte zien staan de eindbestemming wordt. De tien minuten die we denken nodig te hebben worden er twintig maar dan staan we hijgend bij een antennemast. Het uitzicht vanaf hier is de klim in ieder geval wel waard. In de verte zien we de Herdubreid, en achter ons natuurlijk het prachtige Öskjuvatn en de Viti. De wandeling naar beneden eist nog meer van ons evenwicht. Regelmatig schuiven we door het losse zand een stukje naar beneden waarbij we snel proberen ons evenwicht weer terug te krijgen. Als we weer veilig beneden zijn lopen we nog een stukje links van het Öskjuvatn omhoog. Deze route loopt door een pekzwart lavaveld. Waarschijnlijk van de uitbarsting van 1961. De pekzwarte lavastroom loopt helemaal door tot aan het Öskjuvatn. De krater zelf is gedeeltelijk rood gekleurd. We wandelen nog ongeveer een kilometer verder, maar als de route dan weer erg steil omhoog gaat besluiten we dat het genoeg is voor vandaag, en beginnen we aan de wandeling terug naar de parkeerplaats. Na 6 ½ uur zijn we terug bij de parkeerplaats, en hebben we de excursie van 1999 duidelijk overtroffen. Het weer was nu trouwens ook veel beter. We rijden de acht kilometer terug naar de camping. Nadat we eerst gegeten hebben lopen we ook nog even de Drekagil in. Een mooie kloof, met op het eind een mooie waterval. In 1999 kregen we een kwartier voor zowel de heen als de terugweg. Nu ik zelf kan kiezen, gebruik ik ruim een uur om te genieten van deze prachtige kloof. Voor vanavond hadden we eigenlijk een beetje gehoopt op het noorderlicht, maar wat we nu buiten zien geeft ons weinig hoop. Inktzwarte wolken pakken zich samen boven ons.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *