IJsland 2011

Dat ene droge uurtje,

Gisterenavond zag ik onderweg naar mijn huidige plekje hoe een rivier vanaf hoogte zijn water aan de oceaan schonk. Hoewel ik de dag nuttig besteed hoop ik toch op weersomstandigheden die er voor zorgen dat ik die waterval van dichtbij kan bekijken. Het getik van de regen, het beperkte zicht en natuurlijk de warmte van de camper. Het is wel heel comfortabel om binnen te blijven terwijl er buiten zoveel te zien is. En wat is eigenlijk een beetje regen. Vandaag wint de warmte. Als ik op mijn horloge kijk zie ik dat het alweer half zeven is. Tijd om te koken, eten en weer af te wassen.

Na de afwas rijd ik toch maar naar Egilsstaðir. Vanavond zitten Marianne, mijn collega reisleider, en Þórður mijn bijna vaste chauffeur voor onze rondreizen in het plaatselijke Icelandair hotel. En wat is gezelliger dan even wat bij te kletsen onder het genot van een kopje koffie. De pas vanuit de Mjóifjörður is een stuk lastiger door de dikke mist die hoog in de pas hangt. Beperkt zicht, een slecht wegdek, veel bochten en de diepte vrijwel direct langs de weg dwingen mij zeer alert te blijven. De terugtocht heeft lang geduurd, maar rond 21:15 kan ik beide de hand schudden en hebben we de tijd om wat bij te kletsen. Marianne laat wat foto’s van Þórsmörk zien die genomen zijn tijdens deze rondreis. Ik kan me niet herinneren Þorsmörk ooit zo weelderig groen gezien te hebben. Natuurlijk is het meestal laat september begin oktober dat ik daar zelf ben, maar zo te zien is augustus ook een goede maand voor Þórsmörk.
Al veel te vroeg is het laat en is het tijd voor afscheid. Met Þórður spreek ik af dat ik hem op zal zoeken als ik in Reykjavík ben.

In het donker rijd ik alvast een stukje richting het zuiden en vind al snel een plekje voor de nacht.

Windkracht hard

Hoewel het weer er vandaag niet erg hoopvol uitziet wil ik toch over de Öxi pas rijden. De pas met enkele 17% hellingen was vooral vroeger berucht. Tegenwoordig is de weg redelijk goed te noemen. Met slecht weer en harde wind draai ik de auto de Öxi pas in. Grappig hoe zo´n pas er totaal anders uit ziet als je hem in tegengestelde richting rijd. Het wonderbaarlijke en ruige landschap zet al snel een glimlach op mijn gezicht. Regelmatig zet ik de auto stil om even uit te stappen en te genieten van het uitzicht onderwijl in mijn gezicht geslagen door de harde koude wind.

Een van de vele watervallen langs deze route trekt speciaal mijn aandacht omdat door de wind het water moeite heeft de weg naar beneden te vinden. Grote hoeveelheden water slaan terug omhoog om nogmaals over de rand van de waterval te kunnen glijden. Bij een andere waterval is het bijna fluoriserende groene mos wat het watergeweld omlijst de aandachtstrekker. Bij de laatste waterval is het eigenlijk vooral de parkeerplek die ik uitzoek als overnachtingsplek. Vanaf hier heb ik een prachtig uitzicht over het dal.

 Harde bijna stormachtige wind laten de camper hevig heen en weer schudden. Ik manoeuvreer de camper zo dat hij met zijn neus in de wind staat. Op die manier is het wat makkelijker aan de achterkant uit te stappen en staat hij bovendien een stuk stabieler. Na een uurtje op en neer geslingerd te zijn besef ik dat dit misschien niet de meest geschikte plek is voor een overnachting. De wind neemt nog steeds in kracht toe. Een stuk lager in het dat zal de wind ongetwijfeld minder zijn.

Bij Fossárdalur weet ik een leuk plekje voor de overnachting. En nu ik er toch ben bezoek ik ook maar even de onderste waterval. De regen van de afgelopen dagen heeft het watergeweld in vergelijking met vorig jaar flink doen toenemen. Voorbijrazende wolken geven iets meer kleur aan het geheel. Alsof het water over een achtbaan gaat, stort het water eerst in volle vaart naar beneden en wordt daarna weer de hoogte in gelanceerd. Ik moet met mijn benen flink uit elkaar gaan staan en schuin naar voren gaan hangen om de wind niet de kans te geven mij achter van de rots de diepte in te laten storten. Als plagerij valt dan af en toe de wind weg, en ik bijna aan de andere kant van de rots af.

Ik rijd naar het parkeer plekje, maar de wind heeft mij hier ook weer snel gevonden. Dat wordt een onrustige nacht. Dan maar naar een andere plek. Die is iets minder fijn vanwege zijn ligging. Aan de ene kant ligt een honderden meters hoge wand die me zal beschermen tegen de wind, maar daarnaast ligt de doorgaande weg. Maar ach, we zitten in Oost IJsland. In de avond en nacht zal hier niet veel verkeer langskomen.

De hele nacht heeft de wind gezocht, en om iets voor half vijf in de ochtend heeft hij me weer gevonden. Terwijl ik wil slapen wil de wind spelen. Hij rukt, trekt en duwt aan de camper,, en soms zelfs al die dingen tegelijkertijd. Ik had nog niet verteld dat aan de andere kant van de weg een zwart zandstrand lag. De kracht van de wind laat het zand langs de camper en auto schuren. Een hels kabaal in de camper, en telkens als ik toch weer bijna wegdoezel komt er zo´n rukwind die weer een poging doet mijn auto te zandstralen. Ik kijk even uit het raam en zie een vreemd gevormde wolk. Die moet dan toch even op de foto. Wellicht dat een weerdeskundige meer kan vertellen over de vreemde vorm en strepen in de wolk, maar het zal vast te maken hebben met de enorme wind die op die hoogte tot ongekende kracht is uitgegroeid.

Ook nu heeft het geen zin hier te blijven staan, ik doe geen oog dicht met dat geruk, getrek en lawaai. Ik rijd terug naar mijn vorige plekje dat nu enigszins beschut ligt voor de ondertussen gedraaide wind. Al snel val ik weer in een diepe slaap.

Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42