Menu Close

IJsland 2011

Van Drangajökull naar Djúpavík naar Fell

Sokken, onderbroek, lange thermo onderbroek, thermo T-shirt, fleece trui en een muts. Liggend onder het dekbed, dat weer wordt afgedekt met een slaapzak krijg ik het maar niet warm. De lucht die ik door mijn neus in adem is onaangenaam koud. Regelmatig wordt ik slaapdronken wakker en probeer het warm te krijgen door het dekbed en de slaapzak te herschikken nadat ik het aan alle kanten losgetrokken heb.

Na deze onrustige nacht wordt ik wakker met nog steeds koude voeten, handen en neus. Ik kijk door het raampje naar buiten en zie iets wat ik al tientallen jaren niet meer heb gezien. De raam is bedekt met ijsbloemen. Nog even kruip ik iets dieper weg onder het dekbed. Het is te koud om op te staan.

Diep weggekropen onder de dekens klaren de slaapwolken in mijn hoofd langzaam op. Niet opstaan is alleen uitstel van wat toch gebeuren moet. Ik klim uit mijn bed en vind van mezelf dat de kachel nu echt wel even aan mag. De kachel die niet berekend is op deze koude weet slechts langzaam een behaaglijke warmte in de camper te brengen. De thermometer geeft 10 graden aan als ik de kachel weer uitzet. Vergeleken met even van te voren voelt het behaaglijk aan.

De ramen van de auto zijn dichtgevroren, en wie neemt er op vakantie nu een ijskrabber mee. Ik dus! Niet dat ik er iets aan heb, want de cabine van de auto staat zo ongelooflijk vol met spullen dat ik niet weet waar te beginnen met zoeken. Ik hanteer de luie methode, en start de auto en laat de opwarmende motor het werk doen. Langzaam verdwijnt het ijs van de ramen zodat ik kan beginnen aan de volgende etappe.

Kleine stroompjes water komen op vele plaatsen van de berg naar beneden. Het verschil met gisteren zijn de witte randen en de ijspegels die vannacht zijn ontstaan. Het moet vannacht echt hard gevroren hebben. Mooie ijsformaties nodigen keer op keer uit om te stoppen.

Zelfs het Kaldalón, het fjord waar de gletsjer op uit komt is voorzien van een dun laagje ijs.

Omdat mijn voeten nog steeds niet door hebben hoe ze het weer tot in de tenen warm moeten krijgen ga ik een stukje wandelen. Niets werkt beter om de bloedsomloop daar beneden wat te motiveren. Al snel beginnen mijn tenen eerst te tintelen en dan te gloeien. Ik werp nog een blik op de Drangajökull. De witte sneeuw contrasteert mooi met de diep blauwe lucht.

 

Ik heb vandaag weer een lange rit voor de boeg. Mijn kasten beginnen aardig leeg te raken, en morgen is het zondag. Het is dus zaak om te zorgen voor voldoende proviand om de komende tijd te kunnen overbruggen. Omdat ik aan de oostelijke kant van de Westfjorden weer naar het noorden wil rijden moet ik iets afwijken naar het zuiden om Holmavik te bezoeken alwaar ik boodschappen kan doen.

De route naar het noorden is vrij eenzaam, en gaat over een redelijke weg als je de kuilen en wasbord patronen niet te veel meetelt. Djúpavík wordt mijn eerste stop plek. Hier ligt een oude haringfabriek die al snel na dat hij klaar was de deuren kon sluiten vanwege de hard teruglopende aantallen haringen in de wateren rondom Djúpavík.

De fabriek en zelfs de huisjes er omheen geven een trieste indruk. Veel van de ramen van de fabriek zijn kapot, deuren hangen aan een beetje roest in de scharnieren en de witte verf kan allang de scheuren in het beton niet meer voor het oog verscholen houden. Stukken beton die naar beneden zijn gekomen leggen de bewapening van de schoorsteen bloot. Aan het water liggen de roestige resten van wat eens een trots schip geweest moet zijn. De scheepsvorm is nog duidelijk zichtbaar en als je onder de boeg staat en je kijkt omhoog heeft het schip nog steeds de attitude van “wie maakt mij wat”. Trots stevent de boeg nog hoog boven mij uit. De bakboordzijde van het schip is vervallen tot een pokdalige roestige wand met gaten die groot genoeg zijn om door naar binnen te klimmen, mocht je dat willen.

Fotografisch een geweldig omgeving, het oude verweerde karakter van de omgeving brengt je terug naar de jaren 50. Het geheel waarvan je zou verwachten dat het gesloopt zou gaan worden blijkt echter in de startblokken te staan van een restauratie. Binnen de muren van de fabriek is een expositie ingericht waarvan ook een boekje is verschenen. De foto’s zijn te koop, en een deel van de opbrengst wordt gebruikt voor het opknappen van het complex. Het voordeel hiervan is dat ik even een blik binnen de fabriek kan nemen.

Het wordt alweer later op de dag, en ook hoog tijd voor het vinden van een overnachtingplaats. En welke plaats is dan beter dan Fell waar een verwarmd zwembad met hotpot ver van iedere bebouwing ligt, gesitueerd op het strand zodat je liggend in het warme water de woeste koude golven hoort breken op de kust.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *