reisverslag Spitsbergen

Vrijdag 17 augustus,

Vandaag hebben we zowat de hele dag gevaren. Pas tegen de avond zijn we voor anker gegaan bij het Recherchefjord. De wandeling die we hier gaan doen moet ons brengen naar Pingo’s.
Een pingo (Inuktitut voor kleine heuvel) is een bolvormige heuvel die ontstaat in een gebied met permafrost waar de hydrostatische druk van bevriezend grondwater zorgt voor het opheffen van een laag bevroren grond.
De kern van een pingo, die soms nauwelijks kleiner is dan de totale pingo zelf, bestaat uit een lensvormig lichaam van zuiver ijs. Pingo’s worden tot 90 meter hoog met een doorsnede van soms meer dan 2 kilometer en zijn meestal rond of ovaal van vorm.
Hedendaagse Pingo’s komen voor in continentale toendra’s en bevinden zich overwegend tussen 65 en 75 graden noorderbreedte.
Door het scheuren van de bovenlaag wordt de ijslaag blootgesteld aan de zon en dan kan een krater of meer ontstaan.
Ook hier wandelen we over zompige toendra, waarbij onze laarzen onontbeerlijk zijn. Regelmatig zakken we enkeldiep weg in de toendra. Vanaf een mooi uitzichtpunt kijken we naar de Pingo’s, waarna we via een andere route terugwandelen naar de Noorderlicht. Onderweg onderscheiden we nog vele polygonen, een fenomeen dat geometrische ornamenten nalaat in de bodem.

Zaterdag 18 augustus,

In de ochtend houden we een wandeling bij Ingebrittsebukta. We zijn nog maar net aan land dat we door de Noorderlicht worden opgeroepen. Op het pad waar wij zouden gaan wandelen houd een ijsbeer een dutje. Omdat we eerst nog een stuk de andere kant in moeten lopen, gaan we toch op pad. In deze bocht liggen nog enkele boten die in 1930 nog werden gebruikt voor de walvisvaart. De boten zijn erg verweerd, en half vergaan zodat het een mooi plaatje oplevert.
Omdat de ijsbeer nog steeds bezig is met zijn dutje worden we weer opgepikt en terug naar de Noorderlicht gebracht. In plaats van de wandeling naar een plek waar veel walrusbotten liggen gaan we nu een stukje varen met het schip. Vanaf het dek zien we in de verte een klein geel stipje liggen. Onze eerste ijsbeer. De ijsbeer ligt op redelijke afstand van de plaats waar de walrusbotten liggen. Om snel te kunnen reageren als de ijsbeer wakker zou worden gaan we in drie groepen aan land. Er gaan dit keer twee begeleiders mee met geweer, die de ijsbeer in de gaten houden terwijl wij rond kunnen kijken op dit walrussen knekelveld.
Als we allemaal aan land geweest zijn varen we verder naar Akseløya. Waarschijnlijk een paradijs voor geologen. Het eiland ziet er uit alsof het een keer gekanteld is. Van links naar rechts gaan miljoenen jaren geschiedenis schuil.
Vanwege een felle regenbui moeten we de wandeling iets eerder stoppen als gepland. Als we bijna terug zijn bij het schip breekt de zon door zodat een mooie regenboog het schip omsluit. Terug aan boord wacht ons weer een voortreffelijke maaltijd.
Moe van de vele indrukken, en ook vanwege het schommelen van het schip besluit ik even op bed te gaan liggen. Dat is rond 20:00 uur. Als ik wakker wordt is het alweer ochtend.
In de nacht zijn we verder gevaren naar Hornsundbaai.

Zondag 19 augustus,

Als ik ’s morgens aan dek wandel zie ik in de verte beweging in het water. Ik moet even goed kijken, maar herken dan de witte vormen van Beluga’s. Minimaal 10. Ik ga snel naar binnen en luid de bel. De bel hangt vooraan in de kajuit, en zodra de bel gaat wordt iedereen geacht naar de kajuit te komen. Dit kan zijn voor maaltijden, maar ook zoals nu, terwijl iedereen in diepe slaap is te waarschuwen dat er iets te zien is.
Binnen tien minuten staat het hele dek vol. Iedereen staart in de verte naar de witte lijven van de beluga’s. Langzaam komen er een paar een beetje dichterbij. Echt heel dicht naderen ze het schip niet, maar wel voldoende voor een mooie ervaring.
Na het ontbijt gaan we hier aan land bij een oud walvisstation “Gashamna”. Hier vinden we resten van walvisbotten uit de 16de eeuw. In het desolate landschap vinden we op sommige plaatsen kleine hoopjes groen. In een verder grijze omgeving vallen deze hoopjes enorm op. Gelukkig hebben wij een bioloog aan boord die hiervoor een goede verklaring heeft. De grond is hier erg arm, op de plaats waar botten liggen komen meer fosfaten in de grond, waardoor op die plekken plantengroei mogelijk is. We kijken nu heel anders tegen die groene hoopjes aan. De dood van de walvissen zorgt hier voor het plantenleven.
Verschillende immense groengekleurde walvisschedels liggen her en der verspreid.
We gaan weer terug aan boord, en varen een stukje verder naar de vogelrots Gnälberget. Vooral voor de oudere valt het uit de Zodiak klimmen hier niet mee, maar na enkele pogingen staan we allemaal aan land. De wandeling gaat over rotskust, en soms over sneeuw. Een kaap torent hoog boven ons uit. Het doel van deze wandeling. Voor sommige is dit een brug te ver, en er wordt een beetje gemopperd dat we zo steil omhoog moeten. Voor de mopperende onder ons komt er plotseling verlossing. Op ongeveer 300 meter van ons vandaag ligt een ijsbeer. Dat wordt dus weer verzamelen, en terug naar het schip. Het schip zou ons eigenlijk op een andere plek oppikken. Het schip wordt dan ook opgeroepen om te draaien. Ondertussen houden 22 paar ogen de ijsbeer goed in de gaten. De ijsbeer tilt zijn hoofd op, kijkt naar ons en zakt vervolgens ongeïnteresseerd weer in slaap. Blijkbaar lijken wij niet op zijn geliefde prooi. Langzaam aan wandelen we terug naar het strand. Al snel gaan de eerste mensen in de Zodiak. Zonder dat de ijsbeer ook maar een stap in onze richting heeft gezet komen wij uiteindelijk allemaal weer veilig aan boord. Mocht de ijsbeer toch aanstalten hebben gemaakt naar ons toe te komen hadden we kunnen schuilen in een hut. Deze wandeling was erg kort, maar de bemanning maakt dat goed door langs een spectaculaire 25 meter hoge gletsjerwand van de Samarinbreen te varen waarvan regelmatig kleine stukken krakend afbreken, en met enorm geweld in de zee storten.
Die nacht varen we weer door. Dit maal tot aan de westkant van het eiland Edgeøya

Pages: 1 2 3 4 5 6