Menu Close

reisverslag Spitsbergen

Maandag 20 augustus,

Het is prachtig zeilweer. Samen met enkele leden van de vrijwillige bemanning worden de zeilen gehesen. We komen er al snel achter dat je daarvoor moet beschikken over flink wat spierkracht. Gelukkig hebben wij onze stuurman Harco die bijna in zijn eentje de zeilen omhoog trekt. Als dan uiteindelijk alle zeilen zijn gehesen kijken we tevreden naar een volledig opgetuigd schip. Vandaag is voor mij de eerste dag dat ik eigenlijk helemaal geen last meer heb van de deining van het schip. Ik praat hierover met onze tweede stuurman (vrouw) Renske. Haar verklaring is dat wij gewoon even ingeslingerd moesten worden, en dat wij snel zijn ingeslingerd omdat we de eerste dagen erg zwaar weer gehad hebben welk trouwens niet erg normaal is in deze wateren.
In de avond komen we aan bij Russebukta in het zuidwesten van Edgeøya.

Edgeøya is een onbewoond eiland in de Noordelijke IJszee. Het is een deel van Spitsbergen. Het ligt ten oosten van het eiland Spitsbergen en ten zuiden van Barentszeiland. Het oostelijke deel van het eiland is bedekt met de gletsjer Edgeøyjøkulen. Het zuidwesten van het eiland wordt in tweeën gedeeld door de Tjuvfjord.
Edgeøya maakt deel uit van het natuurreservaat Søraust-Svalbard. Het eiland is een belangrijk leefgebied voor de ijsbeer. Daarnaast wordt het bevolkt door rendieren

Voor het eerst deze reis komen we een ander zeilschip tegen. We waanden ons al bijna alleen op de wereld. Bij een mooie laagstaande zon maken we een wandeling over het mooie vlakke landschap. Na een lange wandeling gaan we terug aan boord waar de zon die rond deze tijd van het jaar nog niet achter de horizon verdwijnt een mooi schouwspel bied. Aan de ene kant zware bewolking, aan de andere kant lenswolken. (Een Altocumulus lenticularis of lenswolk is een type wolk dat eruit ziet als een reusachtig luchtschip of een sigaar met gladgepolijste randen. Die opvallende vormen danken hun ontstaan aan wind of golf vormige beweging van lucht onder invloed van heuvels of bergen.
Wanneer de wind met een flinke kracht tegen de berg blaast wordt de lucht gedwongen te stijgen. Aan de achterzijde van de berg daalt de lucht dan weer.)

Dinsdag 21 augustus,

Ondanks dat ruig weer hier niet veel voorkomt hebben we vandaag weer een heftige zee. Het is prachtig om te zien. Het lijkt alsof we iedere keer hoog opgetild worden en vervolgens neer gesmakt. Het ene moment kijk je vanuit een hoge positie voor je uit, het volgende moment zit je bijna op zee niveau. Het water spat aan de voorkant van het schip dan ook regelmatig over het dek heen. Ik zoek daarom naar een wat drogere plek aan de achterzijde van het schip. De deining en de koude zijn zwaar, en in de middag ga ik even op bed liggen, om warm te worden en uit te rusten. In de avond gaan we voor anker bij Sundbukta. Weer hebben we prachtig avondlicht. We wandelen een paar uur en komen aan bij de Wurzbürger Hütte. De hut lijkt al lang niet meer in gebruik te zijn. Er ligt wel een logboek waar we allemaal even onze naam in zetten. Als we terug komen bij het schip staat de zon alweer erg laag. De Noorderlicht baad in een gouden zee. Ik wacht tot de laatste boot alvorens terug te gaan naar het schip.

Woensdag 22 augustus,

Gisteren was de zee te ruig voor een landing bij Kapp-Lee, door ons inmiddels omgedoopt in Kapp-Leo. Leo, onze bioloog aan boord heeft hier drie keer een maand doorgebracht voor paddenstoelen onderzoek. Officieel zijn er 40 soorten paddenstoelen op Spitsbergen. Leo’s onderzoek heeft uitgewezen dat het er meer dan 400 zijn. Tel je dan de mossen en schimmels ook nog mee kom je uit op 930 soorten. De ochtendwandeling gaat dan ook onder gastleiding van Leo, die ons de mooie plaatsjes van Kapp-Lee laat zien. Zoals op meer plaatsen op Spitsbergen komen we hier weer veel rendieren tegen. Ze zijn niet echt schuw, en soms kun je ze tot op een kleine 25 meter benaderen alvorens ze weer een stukje verderop gaan staan grazen. We krijgen uitleg over de verschillende bloemen, plantjes maar vooral de paddenstoelen. Ook maken we een wandeling naar 1 van de proefveldjes waar onderzoek werd gedaan. Een uitstekende rots met daarop een koppeltje zeekoeten maakt de wandeling kompleet.
Terug op het strand kijken we naar de vele walrus botten van walrussen die hier zijn afgeslacht, vaak slechts voor het ivoor. Je kunt dat zien omdat veel walrussen hier nog kompleet als skelet, en perfect in die vorm liggen. Slechts de slachttanden ontbreken.
In de middag varen we weer verder. De wind is gaan liggen, de zee is rustig, dus de dieselmotor moet overwerken. Langzaam varen we tegen de wind richting het noorden. Eigenlijk zouden we ten noorden van Edgeøya door de Freemansundet varen, maar omdat er weinig ijs is, varen we door de Heleysundet. Dit is een erg nauwe doorgang bij Straumsandet, midden tussen de gletsjers gaan we voor anker. Aan alle kanten ijs en sneeuw. We zijn dan ook blij als we aan land gaan voor wederom een avondwandeling. We lopen naar Pedasjenkobreen. De eind morenen zien er modderig en vies uit, een normaal gezicht voor een terugtrekkende gletsjer. Terwijl boven ons een dik wolkenpak hangt, zien wij aan de andere kant van het fjord de zon op de bergen schijnen. Een mooi warm licht zet de bergen aan de overkant in een gouden gloed.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *