reisverslag Spitsbergen

Donderdag 23 augustus,

Vandaag hadden we weer een vaardag. We hebben zowat de hele dag gevaren. We gingen aan land bij Torellneset op Nordauslandet. Ongeveer 50 walrussen lagen daar op het strand tussen het ijs te rusten. Natuurlijk moesten we voorzichtig naderen om ze niet aan het schrikken te maken. Op ongeveer 50 meter afstand bleven we zitten om te kijken naar deze gigantische beesten. Dichterbij mochten we niet gaan, zodat we de beesten niet zouden verjagen. Ik zat op ongeveer drie meter van de waterlijn, toen enkele walrussen besloten om eens te komen kijken naar die rare wezens op het strand. Wie het meeste te kijken had weet ik niet, maar de walrussen bleven rustig in het water liggen, zodat ik foto op foto kon maken. Omdat het wel erg koud was wilde enkele mensen toch wel graag terug naar de boot. Erg jammer, want ik had daar de rest van de dag kunnen blijven zonder me ook maar een moment te vervelen.
De tocht ging verder door de Hindelopenstraat en langs de vogelrots Alkefjellet. Duizenden zeekoeten hebben de vogelrots hier een witte kleur gegeven. De witte sneeuw is juist groen gekleurd.
Tegen de ondergaande zon zagen we op dat moment af en toe pluimpjes rook opstijgen. Walvissen! De aandacht werd verlegd van de vogelrots naar de zee. Al snel kwamen de walvissen dichterbij. De stoompluimen tegen de ondergaande zon gaven een geweldig effect. Toen er even geen walvissen te zien waren ging iedereen naar binnen. Het was inmiddels 23:00 geweest. Een half uur later water de walvissen zo dicht genaderd dat we iedereen maar weer terug naar buiten hebben gebeld. In het begin was er wel wat gemopper, totdat ze zagen hoe dicht de walvissen nu bij het schip zaten.
De zon gaat nog steeds niet onder, maar hierdoor is het licht zo mooi dat ik tot ruim na middernacht buiten blijf. We gaan voor anker bij Faksevagen

Vrijdag 24 augustus,

We gaan voor anker in het lomfjord. Hier maken we een wandeling naar een hoogvlakte. Omdat de wandeling niet voor iedereen geschikt is wordt hier voor het eerst de groep in tweeën gesplitst. Vanaf de bijna 300 meter hoogvlakte hebben we een mooi uitzicht op het fjord, en een uitloper van de Asgardfonna. Ook hier weer een hele kudde rendieren. Het valt op dat de meeste mensen dat al niet meer bijzonder vinden. We zijn snel ver/ge/wend. Een wolkenpluim ligt als een toefje slagroom op de bergen aan de overkant van het fjord. Terug aan boord varen we nog enkele uren langs een uitzicht van zee en gletsjers. Vroeg in de avond passeren we de 80ste breedtegraad. Een moment dat niet ongemerkt voorbij gaat. Iedereen is aan dek. Een speciaal moment.

We varen door tot vroeg in de ochtend. Rond half drie wordt ik wakker van het geluid van de motor. Ook ligt het schip verdacht stil. Ik ga even kijken aan dek waar veel activiteit is. De complete bemanning is in de weer. Eenmaal aan dek zie ik al snel wat er aan de hand is. De Noorderlicht ligt op een zandbank. Met behulp van de Zodiak proberen Renske en Harco beweging te krijgen in het schip. Ondertussen probeert Ted op eigen kracht met de motor het schip weer vlot te krijgen.
Het heeft allemaal geen zin. Het schip ligt muurvast. Uiteindelijk komt de oplossing van het Anker. Het anker wordt neergelaten op een zodiak. Dan vaart de andere zodiak met deze zodiak op sleeptouw weg van het schip. Een stuk van het schip vandaan slaat de zodiak met het anker om. Zodra het anker vast ligt wordt de ketting ingehaald, en het schip vlotgetrokken. Een half uur later liggen we voor anker bij Woodfjorden / Mushamna

Zaterdag 25 augustus,

Als we wakker worden liggen we tussen bergen waarop vannacht een dun laagje verse sneeuw is gevallen. De lucht achter de bergen is net zo wit, zodat we moeite hebben een onderscheid te maken tussen waar de sneeuw ophoud, en de lucht begint. We gaan van boord voor een wandeling. Het einddoel is een hut. Een van de meest afgelegen plekken om te overwinteren lijkt mij, maar er zitten toch enkele mensen. Langs de kust bij de hut zitten enorm veel sternen. Ze voeren constant schijnaanvallen uit, zodat we maar enigszins uit de buurt blijven. De bewoner van de hut komt naar ons toe, en geeft te kennen dat hij niet zo gelukkig is met ons bezoek. We lopen dan ook maar snel door, het laatste waar we behoefte aan hebben is een chagrijnige Noor. Op de weg terug naar het schip worden we nog een keer getrakteerd op een sneeuwbui.
We varen verder naar Svenskegattet.

Pages: 1 2 3 4 5 6