Menu Close

reisverslag Spitsbergen

Zondag 26 augustus

In de ochtend gaan we voor een wandeling naar Sallyhamna om te kijken naar de overblijfselen van enkele traanovens. Van de traanovens is niets achtergebleven. Maar het overgekookte traanvet geeft wel duidelijk aan waar de traanovens ooit gestaan hebben.
In de namiddag gaan we naar de Zeeuwse uitkijk. Een steile wandeling brengt ons naar de top. Als je vanaf de top naar het noorden kijkt ligt er geen land meer voor je. Het enige wat nog rest is de Noordpool. Het idee is mooi, de praktijk natuurlijk enkel zee. Ook een ijsbeer is onlangs nog op de top geweest, te oordelen aan de sporen van een ijsbeer in de sneeuw. Op de terugweg worden we wederom belaagd door veel sternen die druk doende zijn hun nesten te verdedigen. Rakelings scheren ze over onze hoofden heen, zonder ook maar een keer iemand daadwerkelijk te raken.
Vroeg in de avond gaan we naar Virgohamna. Vanuit hier zijn verschillende Noordpool expedities gestart. (Andree, Pike en Wellman).
Later in de avond gaan we naar Smeerenburg.

Smeerenburg (79° 40′ – 11°) is een oude nederzetting van het Nederlandse bedrijf de Noordsche Compagnie op het eiland Amsterdam (Noors: Amsterdamøya) bij Spitsbergen. Smeerenburg ligt binnen de poolcirkel op zo’n 1000 kilometer van de Noordpool.
De nederzetting bestond uit pakhuizen, woningen en een smederij. De walvisjacht vond vanuit eenvoudige kleine sloepen plaats, en de relatief traag zwemmende en lang drijvende Groenlandse walvis was daarom een favoriete prooi. Aan het einde van de 17e eeuw was de populatie Groenlandse walvissen dusdanig uitgedund dat moest worden uitgeweken naar andere gebieden.
Tussen 1614 en circa 1660 beheerden verschillende Nederlandse steden hun eigen traankokerij Smeerenburg. Amsterdam had er twee; andere steden met een traankokerij in Smeerenburg waren Rotterdam, Hoorn, Middelburg, Enkhuizen, Delft. Waarschijnlijk hadden ook Veere en Zaanland er een traankokerij. In hoefijzervormige traanovens werd uit het spek van de gedode walvissen walvistraan gewonnen. Deze olie was onder andere zeer bruikbaar als lampolie.

Maandag 27 augustus

Vroeg in de ochtend worden we door het alarm gewekt. Al snel blijkt het vals alarm, ten minste, er was rook in de machinekamer door een heetgelopen as. Dit wordt snel verholpen, en we zetten koers verder naar Blomstrand, waar we gaan wandelen in Ny London. In Ny london was een marmermijn, opgezet door een Engelsman Mansfield. Het marmer werd hier uit de mijn gewonnen, en vervolgens verscheept naar Engeland waar het al verkocht was voor een project. Het was dan ook een enorme klap, toen Mansfield het schip wilde lossen, en er slechts marmergruis in het ruim lag. Het marmer uit de poolstreken was niet bestand tegen de warmte van Engeland. Mansfield die voor zijn marmer al betaald was is toen ondergedoken en nooit meer teruggevonden. Het machinepark, en de transport treintjes zijn hier achtergebleven.
Terwijl een gedeelte van onze groep terug gaat aan boord van de Noorderlicht gaan wij nog verder wandelen. We vinden een waterval (litli seljalandsfoss) waar we achterdoor kunnen wandelen.
We varen door naar de Kongsbreen aan het einde van het kongsfjord. We varen door het rustige spiegelende water, en liggen heel stil dicht bij de gletsjer. Dan gaat het snel, het ijs van de gletsjer begint te kraken, en komt langzaam naar voren. Nog voordat het ijs uiteindelijk in het water stort heeft Ted de motor al gestart, en vaart hij weg van de gletsjer. Wij blijven ondertussen de ene Oh na de ander Oh voort brengen, en genieten van die geweldige plons waarbij het water tot wel 15 meter hoog opspat. Terwijl ik aan het fotograferen ben hoor ik brokken ijs tegen de wand van de boot komen. IJs dat meters ver gelanceerd is door de kracht van het vallende ijs. Even wordt het water weer rustig. Dan lijkt het water in de verte te stijgen. Een flinke golf komt op de Noorderlicht af. De boot schommelt flink op en neer door de kracht van deze golf.
Nog tot twee maal toe herhaalt zich dit tafereel, al bekijken we het deze keren van een iets grotere afstand.
In de avond leggen we aan bij Ny Alesund. Een dorpje waar in de zomer ongeveer 120 en in de winter 30 tot 35 wetenschappers verblijven die hier vooral klimaat onderzoek doen. Als wij aankomen, ziet het er troosteloos uit. Het regent, en het waait hard. De enige winkel in het dorp is open, en als we bij de deur staan zien we waarom. Bij de openingstijd staat maandag 27 august open ivm aankomst Noorderlicht. Grappig dat de openingstijden hier zijn afgestemd op tijden dat boten binnenvaren.
In de avond lopen we een klein stukje buiten het dorp om te kijken naar de ankertoren voor het luchtschip Norge dat gebruikt werd tijdens de eerste succesvolle vlucht over de Noordpool op 11 mei 1926

De N1 ‘Norge’ was een kielluchtschip met een lengte van 106 m. Het schip had een diameter van 19,5 m en een volume van 19.000 m³. Het schip had 3 Maybach-motoren met elk 245 pk. Hiermee kon men een maximumsnelheid van 113 km/u gehaald worden.
Ronald Amundsen, Lincoln Ellsworth en Umberto Nobile voeren op 11 mei 1926 met de Norge vanaf het dorp Ny-Ålesund op Spitsbergen naar de Noordpool. In Ny-Ålesund is nog steeds de ankertoren te zien waaraan het luchtschip voor vertrek vast zat. De tocht was succesvol, op 12 mei bereikten ze de pool, waar een Italiaanse, Noorse en Amerikaanse vlag werden neergelaten. Twee dagen later landde het luchtschip bij Teller in Alaska. Aangezien aan het succes van eerdere claims wordt getwijfeld, zijn Amundsen, Ellsworth en Nobile daardoor mogelijk (zonder het ooit te hebben geweten) de eersten die daadwerkelijk de Noordpool hebben bereikt

Vroeg in de avond begint het te sneeuwen, en als rond 22:00 de hele wereld bedekt is met een dun laagje sneeuw wordt het tijd voor een wandeling. Het dorp ziet er nu veel aantrekkelijker uit als hoe we het vanmiddag aantroffen. Op sommige plaatsen staan sporen van poolvossen in de sneeuw, maar ik zie de poolvossen niet. In de twee uur dat ik hier door het dorp loop zie ik ook slechts een ander persoon. Iets na twaalf uur stap ik weer aan boord van de Noorderlicht.

Dinsdag 28 augustus,

We hebben er alweer een behoorlijke tijd gevaren wanneer we voor anker gaan bij Doddsfjellet. Dit keer gaan we aan land gewapend met drie grote vuilniszakken. We gaan niet enkel wandelen, maar ook een stuk strand ontdoen van de rotzooi. Het grootste deel van de rotzooi die we hier vinden bestaat uit lege flessen, jerrycans, netten en nylon touw. Donkere wolken pakken zich samen boven de bergen in het oosten. De zon schijnt er nog net onderdoor zodat we een prachtig goudgeel licht op de bergen hebben, met bijna pekzwarte wolken daarboven. Het wateroppervlak is net een spiegel, zodat we al dat moois nog twee keer zien ook.
We hebben nog heel wat uurtjes varen voor de boeg. Tot laat in de avond varen we door, en voor het eerst deze reis hebben we een zonsondergang. Tot nu toe keerde de zon iedere keer weer naar boven alvorens de horizon te raken, maar dit keer verdwijnt de gouden reus echt.
Een merkwaardig schouwspel met strepen licht, en regenbuien hoog in de lucht die zacht roze kleuren. Bergpieken waar het bovenste randje sneeuw tot goud kleurt, en een horizon die lijkt te branden. Tot laat in de nacht sta ik aan dek, het is te mooi om naar bed te gaan.

Woensdag 29 augustus

Door Forlandsundet varen we naar Selvagen. Bij Tryghamna gaan we aan land. Dit zou eigenlijk onze eerste landing geweest zijn, maar door de weersomstandigheden op de heenweg moesten we omdraaien. We gaan aan land voor de laatste wandeling van deze reis. We lopen door een landschap wat voor onze begrippen erg groen is. Een kudde rendieren doet zich te goed aan al dat lekkers. Voor een laatste wandeling hebben we het weer enorm mee. De zon schijnt, de lucht is blauw, het gras is groen. Kortom alles is geweldig. Dan gaan we voor de laatste keer terug aan boord van de zodiak.
Vroeg in de middag komen we aan in Longyearbyen. We moeten verplicht van boord, en krijgen instructies niet terug te komen voor 19:00 uur.
We lopen naar Longyearbyen, brengen nog een bezoek aan het museum, lopen door het dorp, en wachten tot het bijna 19:00 uur is. En dan terug aan boord. De ramen zijn verduisterd, er staat muziek aan, de kaarsen branden. We worden getrakteerd op een diner bij kaarslicht. Alles is (zoals dat de hele reis trouwens ook was) goed verzorgd. We laten ons het eten goed smaken.
Na het eten volgt er nog een toespraak, waarvoor wij Leo hebben aangewezen als vrijwilliger. Hij weet met alle anekdotes van deze reis een mooi verhaal te brengen, waarbij de voltallige bemanning in het zonnetje wordt gezet.
Laat in de avond gaan sommige naar bed, enkele dappere blijven de hele nacht wakker. Ze moeten om 02:00 op staan om het naar het vliegveld te gaan.
Wij mogen uitslapen. Onze vlucht gaat pas morgenmiddag.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *