Reisverslag Schotland

Woensdag 16 juli

We rijden naar Duncald, waar we een bezoekje brengen aan een straatje met allemaal wit geschilderde 17de eeuwse huisjes die vreemd afsteken met het asfalt, en de vele glimmende moderne auto’s. Aan het einde van deze weg staat een abdij waarvan de voorste helft nog in gebruik is, en het achterste gedeelte is vervallen tot een ruïne. Voor de ruïne ligt een prachtig bijgehouden park aan een brede rivier. Na Duncald gaan we naar het dichtbij gelegen Hermitage. Een kapelletje bij een mooie waterval. Het is een kleine wandeling door een bos met 55 meter hoge en erg dikke bomen. Een oud, met mos bedekt, bruggetje completeert het plaatje. Dan staan de watervallen van Acharn op het programma. Langs een erg steil pad, waar we door de bijna 30 graden enorm zwetend en moe tegen op lopen komen we bij het gedeelte van de waterval waar je bij kunt komen. Een diep ravijn scheidt ons van het grootste en mooiste deel van de waterval. De dichte begroeiing ontneemt ons vrijwel het complete zicht op de waterval. Een stukje verderop kunnen we via houten brugjes en trapjes bij een paar kleine watervalletjes komen.

de kleine watervalletje maken de klim toch de moeite waard. Ook het landschap er omheen, de groene weide met de volle bomen, de blauwe lucht met de witte wolken, maken de omgeving tot een fantastisch geheel. Omdat de dag weer op een eind loopt, en mijn hoofd geteisterd wordt door een flinke hoofdpijn zoeken we een overnachtings plaats. Een mooi parkeerterrein met picknickplaats lijkt ons wel geschikt om in ieder geval alvast te eten. Fout dus! Het terrein gaat gewoon om 18:00 uur op slot. Wij worden vriendelijk doch dringend verzocht een stukje verder te rijden. Een paar kilometer verderop is het dan raak. Eten, 2 paracetamols, en slapen maar. Om 22:00 uur wordt ik nog even wakker. De hoofdpijn is wat gezakt, en ik lees even nog een stukje uit het boek “De chirurg” van Tess Gerritsen. Het begint in ieder geval spannend. Een uurtje later gaan de ogen dan toch weer dicht.

Donderdag 17 juli

Vanmorgen zijn we in Killiecrankie geweest. hier ligt Soldiers leap. Een vallei waar op het smalste stuk (5,5 meter) ooit een soldaat op de vlucht overheen is gesprongen. Als je er gaat kijken, lijkt dat wel haast onmogelijk. Toch schijnt het echt gebeurt te zijn. We lopen enkele kilometers door deze vallei, tot aan de watervallen van linn of Tummel. Een bordje geeft aan dat er een omleiding in de wandelroute is. Hierdoor gaan we een mooi gedeelte van de wandeling missen. Maar ja, we blijven Nederlanders en vinden dus dat die omleiding voor ons niet van toepassing is.

Na een kleine kilometer lopen is dan het pad met rode linten afgezet. Vanwege aardverschuivingen is het komende stuk gevaarlijk. We kijken op de kaart, en komen tot de conclusie dat het hier om een stuk van ongeveer 300 meter gaat. En ja, we blijven Nederlanders. Dus we klimmen over de afzetting heen, en met de nodige voorzichtigheid vervolgen wij het pad. Natuurlijk zijn we opgelucht als we de 300 meter hebben afgelegd, ook al hebben wij niets gezien wat ook maar naar gevaar rook. Nog een stukje verderop liggen de watervallen waarvoor we de wandeling zijn gestart. Hier zijn net wat outdoor activiteiten gaande. Drie klanten met drie begeleiders springen gehesen in wet suites van 4 meter hoogte in het zwarte koude water. Schijnbaar zijn ze hier van te voren nog met kano’s de waterval afgevaren, maar dat hebben we dan net gemist. De watervallen zijn mooi, maar niet spectaculair. In de middag rijden we naar Pitlochry. Eigenlijk gingen we voor de zalmtrap, maar die is weinig spectaculair. De zalmtrap bestaat uit een aantal betonnen bassins, die onder water middels een buis met elkaar zijn verbonden. Beneden is wel een raam in een van de bassins geplaatst zodat je de zalmen een beetje kunt volgen. Een bijna 1 meter groot exemplaar zwemt langs het raampje heen en weer, maar ziet het nog niet zitten om verder te gaan. De teller die langs het raampje hangt geeft aan dat dit jaar al 2880 zalmen gebruik gemaakt hebben van de trap. In het dorpje zelf is het enorm druk. Daarom gaan wij niet verder dan de plaatselijke supermarkt, waar na we de weg vervolgen naar Bruar. Bij Bruar versterken we eerst de inwendige mens alvorens aan de wandeling naar de “Brua watervallen” te beginnen. Het valt ons dan ook tegen dat de toegang ook hier is geblokkeerd. Vorige week vrijdag heeft hier een ongeluk plaatsgevonden, en de autoriteiten willen eerst een risico analyse uitvoeren alvorens de route weer open te stellen. Maar ja… Nederlanders hè.

We klimmen dus over de versperring, en hebben het hele gebied voor ons zelf. Na een kwartiertje wandelen komen we bij de onderste brug, waar we een mooi zicht hebben op een kleine waterval. We vervolgen onze weg, en zien dan op een plaats twee bossen bloemen staan ter nagedachtenis aan Jamie. Schijnbaar is Jamie hier op 11 juli verongelukt. Naast de bloemen gaapt een enorme diepte naar de bodem van de kloof. (Bij thuiskomst op het internet nagekeken. De 11 jarige Jamie is hier inderdaad uitgeschoven, en het 20 meter diepe ravijn ingestort). We lopen verder, en komen al snel bij de tweede brug. Vanaf de brug kijken we enkele 10 tallen meters de diepte van de mooie kloof in. Aan de overkant van de kloof volgt dan weer de weg naar beneden. Na een half uurtje staan we weer aan de onderste brug, en weer een kwartier later zijn we terug bij de camper. We vinden een overnachtings plaats aan een klein kabbelend beekje tussen de mooie groene weilanden. Dit klink mooier dan het is, want de daarzen (van die steekvliegen) dwingen ons al snel de camper in.

Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9