Reisverslag Schotland

Maandag 21 juli

Gedurende ons ontbijt genieten we nog steeds van het gehuil van de zeehonden. De muggen zijn verdwenen, dus hebben wij weer vrij spel. Vandaag gaan we naar Dunnet Head. Dit is het echte noordelijkste gedeelte van het vaste land. Schotland is trouwens echt een land van hekjes, waarschuwingsbordjes, muurtjes, verboden toegang, private en zo meer. Ook hier staat ruim om de vuurtoren een hek, en een paar bordjes private. Bij de kliffen staat een hek, met daarop bordjes “Danger hanging cliffs”. Als je dan IJsland gewend bent, of een van de andere Scandinavische landen, waar er gewoon vanuit gegaan wordt dat je zelf oplet, en je eigen verantwoordelijkheid neemt, stoort dit toch wel. Maar goed, je mag hier dus enkel buiten de hekjes rondwandelen, en we hebben het dan ook al weer snel gezien. We vervolgen de weg en pauzeren af en toe om een van de award winning beaches te bezoeken. De meeste strandjes hier in het noorden hebben ergens wel een prijs mee gewonnen. Het zijn dan ook vaak goudgele verlaten stranden met

enorm helder water. De weg is al enkele kilometers erg smal. Om de paar 100 meter zijn kleine inhammen om tegemoetkomend verkeer te kunnen laten passeren. Iedere keer volgt hetzelfde ritueel. Wij stoppen, maar onze geachte tegenligger staat ook al stil en knippert met zijn lampen. Tegen zoveel beleefdheid kunnen wij niet op, en dus rijden we dan maar weer aan, om op het moment van passeren vriendelijk te worden toegezwaaid door de wachtende automobilist. Nee, dan moet je een Schot achter je hebben. Bumperkleven is volgens mij een Schotse uitvinding. Schotten zijn zuinig, en misschien verwachten ze in de zucht van een andere auto minder brandstof te verbruiken. Vaak rijden ze zo dicht op je bumper dat tegemoetkomend verkeer haast de indruk moet hebben dat wij met een aanhanger rijden. Als er dan even plaats komt, scheurt de Schot in kwestie met een noodgang voorbij om in enkele ogenblikken uit het zicht te verdwijnen. Als je de mogelijkheid hebt ze door te laten, door even op een “passing place” te stoppen is, wederom dankbaarheid je deel. Eerst wordt er gezwaaid, dan geclaxonneerd, en vervolgens lichten even de remlichten gevolgd door de richtingaanwijzer op. We hebben er zojuist weer een vriend bij gekregen. De route wordt steeds mooier, en spectaculairder. De bergen worden hoger, en de weg slingert zich hier tussen door. Er zitten flinke afdalingen van wel 15% bij, zodat we in een lage versnelling moeten rijden. Het uitzicht is hier schitterend, al wordt dat laatste vaak verstoord door de plotselinge hoosbuien waarmee onze ruitenwissers zelfs in turbostand moeite hebben. Dan komen we aan bij Smoo cave. Hier zijn drie grotten, waar van je de eerste 2 kunt bereiken. De derde kan enkel per boot, en met een speciale uitrusting verkent worden. Vanwege de regen die de afgelopen 2 dagen is gevallen, is de derde grot onbereikbaar. In de tweede grot, waar zich een kleine waterval hoort te bevinden, komt het water nu met donderend geraas naar beneden. De tweede grot is helemaal gevuld met het opspattende nevel van de waterval. In enkele ogenblikken zijn we dan ook drijfnat. Inmiddels regent het buiten de grot ook, zodat we nog verder doorweekt raken. Een stukje verder naar boven langs de route zien we waar al dat watergeweld vandaan komt. Boven stort een flinke hoeveelheid water in een gapend gat. Dit alles te hebben aanschouwd, gaat de route naar Balnakeil.

Ook hier is weer een prachtig strand. Een wandelroute brengt ons naar enkele mooie maar niet spectaculaire kliffen met vele paarse, gele, witte en lila bloemetjes. Op een rots die uit zee steekt zouden papegaaiduikers moeten zitten. Zelfs met een verrekijker zou je de vogels op deze rots niet zien. Enkele zitten onder de klif aan de kust waar wij ook zijn, en enkele tientallen zwemmen in het water, ongeveer 50 meter onder ons. Zoals ik al zei, niet spectaculair, maar wel de moeite van een bezoek waard. Later die avond genieten we nog van een mooie zonsondergang.

Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9