Reisverslag Schotland

Dinsdag 22 juli

Ook koeien hebben ontspanning nodig. Om bij te komen van alle stress welke grazen en herkauwen met zich meebrengt lagen de dames vanmorgen massaal aan het strand. Een mooi ochtendzonnetje zorgde ervoor dat de dames al redelijk op kleur waren toen wij ontwaakten.

Na ons ontbijt zetten wij koers richting Kylesku voor het bezichtigen van de Eas a’Choul Aluinn waterval. Met zijn 205 meter de hoogste van het verenigd koninkrijk. Maar we reden eerst even terug naar De Smoo Cave in Durness, om nog eens te gaan kijken naar de waterval. Het water was vannacht flink gezakt, waardoor we zonder nat te worden naar het water geweld konden kijken. Ook was het nu mogelijk een paar foto’s te maken.In tegenstelling tot gisteren was het nog erg rustig in de grot. Het was ook nog redelijk vroeg, waardoor we de grot helemaal voor ons zelf hadden.

Dan gaat de rit naar de waterval Eas a’Choul Aluinn. Deze waterval is enkel via een bootje te bereiken. De boot zal 11:00 uur vertrekken. Tien minuten eerder staan wij op de kade. Net op tijd om kaartjes te kopen, en de juiste kleding aan te trekken. De kapitein van de boot had duidelijk zijn roeping gemist. Met veel humor stelde hij zich voor, legde de regels uit voor wat te doen in geval van nood, en wanneer we in paniek mochten raken. Alleen zijn optreden was eigenlijk het geld al waard. Op het moment dat de boot vertrok begon het te regenen. We waren goed voorbereid, dus met regenbroek en idem jas redden wij ons uitstekend. We hadden wel medelijden met de passagiers die enkel een broek en trui droegen. De eerste stop die we maakten was bij een kleine groep zeehonden.

Op slechts een 10 meter afstand gaapten de nieuwsgierige dieren elkaar aan. Wij op de boot, de zeehonden op de rotsen. Nog enkele keren werd gestopt bij zeehonden, of een enkele verdwaalde aalscholver. Ook de mossels die met honderden tegen de rotsen zaten werden niet vergeten. Uiteindelijk stopte we een mijl voor de Eas a’Choul Aluinn waterval. Dichterbij kon de boot niet komen, en dus moesten we van afstand de waterval bekijken. De terugweg naar de haven gingen we zigzag, niet omdat de kapitein dronken is, maar omdat de kinderen mochten sturen. Eenmaal terug aan wal vervolgen we onze weg naar Stoer. We willen via de b869. Het is een erge smalle weg met veel klimmen en dalen. Alles gaat goed tot ik een bord zie met “helling 25%”. Omdat ik denk dat onze camperunit bij zo een helling wel eens achter zou kunnen blijven, besluiten we om te draaien en de alternatieve route te nemen. Na een kleine 200 meter zie ik een bord staan met daarop “helling 25%”. Blijkbaar hebben we net al zo’n helling gehad, en ging dat probleemloos. Maar omdat draaien op de weg moeilijk is, en de alternatieve route niet echt om is, blijven we deze toch maar volgen. Via die andere route komen we bij “The Old man of Stoer” of tenminste bij het beginpunt van de wandeling er naar toe. Een drie kilometer lange wandeling langs de kust, maar doordat je bijna constant klimt, doe je er wel een uur over. In de verte zien we de rots al liggen. Het ziet eruit als een idioot klein pilaartje, waarvoor we niet helemaal hier naar toe hadden hoeven te komen. Echter wanneer we dichterbij komen blijkt de rots toch groter dan we dachten. Toevallig zijn twee klimmers bezig de rots te beklimmen. Hierdoor zien we ook beter hoe groot de rots eigenlijk is. We lopen ook nog een stukje verder naar een uitzicht punt. Daar zit een schots gezin te genieten van het uitzicht. De meeste Schotten zijn erg trots op hun land. Hij vertelt dan ook honderd uit over hoe mooi hij zijn land vind. We lopen terug naar de camper en vinden al snel een mooie plaats voor de nacht.

woensdag 23 juli

Lael Forrest Garden. Een klein bos met heel veel verschillende geïmporteerde bomen. Enkele wandelpaden voeren er doorheen. Tijdens de wandeling begint het te regenen, en het ziet er uit als een hele dag regen. Er staan enkele erg imposante bomen. Helaas hebben we mede door de regen het een en ander snel gezien en rijden verder. De volgende stop is de Corrieshalloch gorge. Een kloof met een waterval. Een klein uitkijk platform waar slechts twee personen tegelijkertijd op mogen hangt 60 meter boven het zwarte kolkende water in de kloof. Toch wel hoog. Een 250 meter verderop is een hangbrug. Aan het begin van de brug hangt een bordje waarop in verschillende talen staat geschreven “Maximaal zes personen op de brug” Er onder staat in kleine letters bijgeschreven “or one fat American’. De brug deint behoorlijk op en neer, en dan staan wij er nog maar met zijn tweeën op. Toch maakt de brug een stabiele indruk. Dan blijkt tot onze schrik een volle bus toeristen te zijn losgelaten. Met een behoorlijk aantal bestormen zij de brug, zodat wij besluiten een stukje verderop te wachten tot ze hun 10 minuten bezichtigingstijd hebben opgebruikt. Bij de Ardessie Falls vinden we een plaats om te overnachten. Ondanks het slechte weer hebben we vandaag veel mooie dingen gezien. Het landschap langs de route was erg mooi.

Donderdag 24 Juli

Vandaag gaan we veel rijden. Af en toe stoppen we bij een oud kerkhofje, of een klein watervalletje. We draaien even af bij de Victoria Falls. Ook hier komt na een paar minuten een volle buslading Italianen aangesneld om hun 10 minuten bezichtigings tijd zo optimaal mogelijk te benutten. Als een bende mieren lopen en roepen ze om en door elkaar heen, maken foto’s van de waterval, hun man/vrouw voor de waterval, filmen de waterval van boven naar onder, en visa versa, om vervolgens weer met zijn allen terug naar de bus te rennen Als ze weer weg zijn neem ik op mijn gemak een paar foto’s. met de ene hand stel ik scherp, terwijl ik de andere hand gebruik om de vele kleine #$%@# mugjes van mijn lijf te vegen. We rijden verder, en zien een afslag naar een ruïne ongeveer drie mijl verderop. Omdat we vandaag nog niet heel veel gezien hebben draaien we af. De ruïne is niet erg groot, en de binnenplaats is door de plaatselijke schapen veelvuldig gebruikt als openbaar toilet. Er is wel een leuk doorkijkje naar een paar zeilbootjes die hier voor anker liggen. Na een tijdje rijden we de drie mijl weer terug naar de hoofdweg om onze weg te vervolgen. We rijden al een kleine tien mijl langs een meer, als ik op een paar honderd meter afstand de kleine ruïne weer zie staan. Een brug van een paar honderd meter of een ferry had ons ruim tien mijl rijden kunnen besparen. Even verderop staat een bord dat de weg aangeeft naar het plaatsje “Strome Ferry”. Ik denk net “zie je wel, een ferry” als ik met kleine letters onder de plaatsnaam tussen haakjes zie staan (No ferry). We rijden verder over een weg door het Torridon gebergte, waar het erg mooi is (De a896). Door het wisselende weer, is het niet de moeite om te stoppen, maar bij zonnig weer zou een wandeling heel mooi zijn geweest.

We stoppen bij Eilean Donan castle. Ik geloof het meest gefotografeerde kasteel van Schotland, en ik doe daar vrolijk aan mee. Omdat het kasteel in de avond altijd wordt verlicht blijven we hier overnachten. (Ook al mag dat eigenlijk niet). Als het bijna donker is zet ik mijn camera op statief, en schiet enkele plaatjes. De vele mugjes komen ook naar het kasteel kijken, en laten zich net, als mij, niet verjagen door de inmiddels vallende regen. De camera wordt beschermd door mijn paraplu, en op die manier kan ik toch enkele malen het kasteel op de gevoelige plaat vastleggen. Dan verdwijn ik onder de dekens om in slaap te vallen bij het zachte getik van de regen op het dak van de camper.

Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9