Menu Close

Vrijdag 30 juli,

Vanmorgen hadden we echt IJslandsweer. Je zag dus geen hand voor ogen. Harstikke mistig. Terwijl we verder reden naar de Thingvellir klaarde het wonderwel snel op. Bij aankomst was het dus mooi zonnig weer. Wij en de vele vliegjes vonden dat heel fijn. Vanaf Thingvellir ging het verder richting Gullfoss, wat mij betreft een van de hoofdattrakties van deze rondreis. Geweldig wat een waterkracht. Nog nooit van mijn leven heb ik zo’n grote waterval gezien. Het water donderde zo hard en met zoveel geweld naar beneden dat er een gordijn van nevel rondom de waterval hing van. Uiteraard moesten wij daar even in gaan staan. Door de nevel ontstond een pracht van een regenboog. Vanuit Gulfoss naar Geysir. Deze tot 60 meter hoog spuitende geyser ligt al sinds 1930 plat. De 50 meter verderop gelegen Strokkur pruttelt echter nog zijn best. Om de 8 a 10 minuten komt er met een explosie een 20 meter hoge stoomkolom omhoog. Dit is een prachtig schouwspel. Overnachten doen we in Hella. We hebben hier een eigen hut, wat een luxe.

Zaterdag 31 juli,

Vandaag zijn bij de Hekla geweest. Bij de vulkaan Hekla is praktisch alles zwart, stoffig en op wat mos na weigert alles om er te groeien. We moesten wel op behoorlijke afstand blijven. Met onze Atos kunnen we niet ongestaft alle wegen inslaan. Als je dan zo’n IJslandse 4X4 voorbij ziet komen met banden van zowat een meter doorsnede wordt je wel eens enigzins jaloers.
Vanuit hier zijn we verder gereden naar de waterval Gluggafoss, toen naar de Selljalandsfoss. De laatste is een waterval waar je achterlangs kunt wandelen, wat we dan ook gedaan hebben. De mooiste waterval in dit gebied is echter de Gljúfuráfoss. Deze ligt in een nauwe kloof, maar om deze te bereiken moet je toch over enige klimervaring beschikken. Echt gemakkelijk was dat dus niet. Maar mede hierdoor zeker de moeite waard. Overnacht hebben we in Skógar.

Zondag 1 augustus,

De Skógar waterval is met zijn 62 meter hoogte best spectaculair om te zien, maar als je het pad naar boven neemt en dit ongeveer 1 uur blijft volgen vind je een aantal andere minstens net zo’n mooie en spectaculaire watervallen. De hoogste hiervan welke je na ongeveer 1 uur bereikt, is heel mooi, en ook minimaal 60 meter hoog.
We zijn verder gereden naar Dyrholaey en kijken nu uit over een prachtig zwart strand met in de verte de Reynisdrangar. Dit zijn een aantal rotspunten (66m) die uit de zee omhoogsteken. (Volgens de sagen een driemaster die door trollen de zee in werd gesleept). De zee is hier fantastisch. Geweldig zoals de golven hier op de rotsen kapotspatten. Aan de kust zitten enkelle papegaaiduikers. Ze zijn welliswaar kleiner als ik verwachte, maar het is een heel lief aandoenelijk vogeltje, en niet bepaalt schuw.
Even verderop zitten we dan op de Dyrholæy. Dit is een 100 meter hoge kaap met een boog waar gemakkelijk schepen onderdoor kunnen varen. Vandaag was het af en toe behoorlijk mistig. Dit gaf wel een extra effect aan de Dyrholæy. Alleen jammer dat deze op het laatst niet meer te zien was. We overnachten in Vik.

Maandag 2 Augustus,

Zwart zand, hetzelfde soort zand als het noordzee strand zand, alleen dan pekzwart. Vandaag hebben we een wandeling gemaakt over het gitzwarte strand van Vik. Het strand liep dood op een gigantische klif alwaar het stikte van de meeuwen en papagaaiduikers. Het was ongeveer 12 graden en er stond een vrij stevige wind. In Vik zijn we bij de Kirkjugolf geweest. Dit is een formatie basaltzuilen die door de gletsjers en het zeewater gelijk tot op de vloer is afgesleten. Het was niet echt bijzonder.
We zijn verder gereden naar Nupstadur. Hier staat een kerkje wat plaats bied aan de prediker, de organist en nog 10 tot 12 bezoekers. Er waren ook verschillende plaggenhutten in de buurt. Een volgende verplichte (Maar o zo mooie) waterval is de Svartifoss, hij is niet groot, maar valt tenmidden van een grote bassaltformatie. Een half uurtje wandelen van de parkeerplaats.

Dinsdag 3 augustus,

Vandaag stond de Sjónarsker op het programma. Een wandelroute van ongeveer 3 uur brengt je hier naar toe. Het is af en toe een redelijk stijle route zodat we enkele pauses in moesten lassen. Maar iedere keer als we dachten “het kan niet mooier worden, jawel dan werd het nog mooier. Prachtig die kleuren in de bergen, de watervallen van de gletsjers en de kabbelende beekjes. De temperatuur is alleen niet IJslands, een dikke 25 graden.
We vervolgen onze weg richting Höfn. Onderweg hiernaartoe passeren we Jõkulsarlón een meer welk vol ligt met brokken ijs welke van de Vatnajökull afgebroken zijn. Vanuit dit meer drijven ze dan de zee in. Op het strand kun je vaak verschillende grote brokken ijs vinden. Even de brug over en dan het strand op. Ondanks het bewolkte weer is het een schitterend gezicht. We blijven dan ook enkele uren hangen. Bij een volgend bezoek zullen we dit meer dan ook zeker weer aan doen. We overnachten in Höfn.

Woensdag 4 augustus,

Af en toe ontkom je er niet aan dat je veel moet rijden. Vandaag was zo een dag. Na 250 kilometer op de IJslandse wegen heb je het dan ook wel gehad. Wonderbaarlijk is het wel dat je een fjord in rijd, waar aan de ene kant een felle zon schijnt, terwijl je aan de andere kant de erwtensoep dikke mist al ziet hangen. De ene keer rijd je dus in de felle zon, terwijl je het volgende moment geen hand voor ogen meer ziet. Ja, je ziet nog net dat aan de kant van de weg een ontzettend diepe kloof is.
De Búlandstindur, een berg die op een piramide lijkt was een welkome afwisseling in het op dat moment zonnige IJsland. We kijken nu vanuit onze kamer uit op het Lagarfljot en enkele licht besneeuwde bergtoppen bij Egilsstadir.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *