Menu Close

Donderdag 5 augustus,

Vanuit Egilsstadir waar we hebben overnacht hebben we de weg naar de Hengifoss genomen. Na ongeveer 40 kilometer hebben we het pad gevonden welk naar de Hengifoss leidt. Halverwege is een mooi uitzicht op de Litlanesfoss een waterval welke naar beneden komt door een basaltformatie, waar je met wat moeite naar toe kunt lopen. Dit is ook zeker de moeite waard. 40 tot 50 meter hoge basaltzuilen reizen hier uit de grond omhoog.
Het pad naar de Hengifoss zelf houd na verloop van tijd op. Je mag zelf zien hoe je dichter bij de waterval komt. Hierbij zul je af en toe een keer door het water moeten waden.
Vanaf hier hebben we de “1” weg gevolgd door lavavelden en over een bergrug vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de omgeving. Aangekomen in Grimstadir hebben we overnacht in een boerderij. (Bungalow).

Vrijdag 6 augustus,

De Dettifoss is ongetwijfeld een zeer indrukwekkende waterval. Het modderige water dondert hier met geweld naar beneden, om vervolgens als fijne nevel weer op te spatten. een kleine 500 meter verderop ligt de Selfoss. Deze waterval is welliswaar een stuk lager, maar wel ontzettend breed.

We vervolgen de weg richting Asbyrgi, nou ja weg. Met moeite halen we een gemiddelde snelheid van 30 km per uur. Op de meeste plaatsen is de auto gewoon stuurloos. In Asbyrgi maken we enkele wandelingen langs basaltformaties en een rode berg, de Roadhellar. We overnachten in een boerderij aan de kust.

Zaterdag 7 augustus,

Na een 100 kilometer rijden komen we aan in Myvatn. We hebben pech, alle kamers zijn volgeboekt. Na veel bellen en zoeken vinden we toch nog een kamer. Het is niet veel, maar er staan bedden. We rijden eerst naar Namaskard. Dit is een solfatorenveld met veel stoomblazers en veel modderpotten aan de voet van de Námafjall. Met zijn veel verschillende kleuren ziet het er wel prachtig uit. De helgele zwavel ligt hier voor het opscheppen.
Een stukje voorbij de 7 kilometer verderop gelegen Krafla (Geothermische krachtcentrale) ligt nog een mooi solfatorenveld aan de voet van de Vitikrater. Een kilometertje verderop ligt een nog nasudderend lavaveld van de uitbrarsting van 1985. De lava is nog warm en de rook komt er nog vanaf. De Leirhnjúkur geeft een prachtig uitzicht op de nog warme en rokende lava.
We overnachten in Myvatn.

Zondag 8 augustus,

Ze hadden ons al gewaarschuwd, De rit naar de Askja duurt lang. 5 uur later hebben we de 103 km volbracht, en staan we aan het meer van de Askja krater welke het laatst uitbarste in 1875. De vele brokstukken lava maken van de hele omgeving een waar maanlandschap. Op de bodem van de Askja ligt nu een gigantisch meer. Naast de Askja ligt de explosie krater Viti welke ook een meer bevat. Het stinkt enorm naar zwavel, maar er wordt veel in het warme water gezwommen. Om te kunnen zwemmen zul je eerst het enorm glibberige 70 meter lange pad naar beneden moeten lopen.

Maandag 9 augustus,

We beginnen deze dag met een bezoek aan de Grjótagjá. Dit is een warme bron gelegen in een grot. De temperatuur is te hoog voor een bad, dus houden we het bij even voelen. Het is wel heel mooi, en het water heel helder.
We nemen de auto verder naar Hverfjall. Dit is een grote ringvormige krater met een diameter van 1 km, en een diepte van 140 meter. Onderin hebben mensen met stenen hun namen of andere teksten gelegd. Bij Myvatn (Muggenmeer) komen we er achter hoe ze de naam ooit hebben verzonnen. Miljarden muggen zwermen hier rond. We denken een rookgordijn te zien hangen over de weg, maar dit zijn muggen. Een gordijn van 10 meter breed, en 50 meter lang.
We vervolgen onze tocht naar Dalvik, maar onderbreken deze tocht voor een bezoek aan de Godafoss waterval.

Dinsdag 10 augustus,

We begonnen deze ochtend met een bezoek aan de haven van Dalvik. Er liggen hier boten waarop ik in ieder geval niet op mee zou gaan. In de haven zitten nog al wat eenden die heel nieuwsgierig naar ons toe komen.
Vlak voor de langste tunnel van IJsland loopt een steil zandpad omhoog. Nadat we dit pad ongeveer 1 kilometer in hebben gereden liggen verschillende grote brokken steen welke van hoger gelegen rotspunten zijn afgebroken gewoon midden op de weg. Stel je voor dat….. Maar goed bovenaan de top aangekomen hebben we wel een heel mooi uitzicht. Ook is het mooi om de glijvluchten van de honderden meeuwen te zien, en te horen.
We rijden weer een uurtje en komen aan bij de Kotagil. Dit is een kloof uitgeslepen door de rivier Kota. Het is niet eenvoudig hier je weg door te banen. Onze klimschoolervaring komt hier aardig van pas. Verschillende keren moeten we op handen en voeten over rotsen en langs stroompjes klimmen, om tot de conclusie te komen dat we toch de verkeerde weg aan het volgen zijn. De kloof eindigt bij een 20 meter hoge waterval.
We overnachten in Varmahlid.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *