Menu Close

Dinsdag 6 augustus,

We laten de Dynjandi achter ons, en rijden door verschillende kleine dorpjes. In Þingeyri doen we wat inkopen alvorens onze weg te vervolgen. Aan het eind van het fjord, waar een brugje overheen gaat, verlaten we de hoofdweg, en rijden verder over een paadje, wat waarschijnlijk vroeger wel de doorgaande weg geweest moet zijn. Bij het oude brugje over de Botsná parkeren we de auto. We kijken nog even op de kaart, voor de wandelroute en lopen aan. De Botsná, is een mooi riviertje met veel watervallen. Er loopt geen gemarkeerd pad, zodat we maar ongeveer moeten raden waar we langs omhoog moeten of wanneer we een van de stroompjes moeten oversteken. Het is ook wel opletten want tussen de begroeiing zitten diversen geulen verstopt, die je dus wel kunt horen, maar niet kunt zien. (Horen omdat er water doorheen stroomt). Af en toe zie je zomaar uit het nergens water vandaan komen. Een soort grotje dus, en weer verder zie je het water op dezelfde wijze weer verdwijnen. De oversteken zijn met een paar sprongen, en af en toe een stap in het water wel te doen. Bij een plateau aangekomen zien we een stroompje dat zich door een 5 meter dikke laag sneeuw een weg heeft gebaand. Hier stoppen we voor een korte lunch. We wandelen verder tot aan een meertje dat op 620 meter hoogte ligt. Diverse malen moeten we grote stenen muren beklimmen. Her meertje is iets kleiner dan we dachten, maar wat wel heel mooi is, is dat er nog ijs aan de rand van het meer ligt. Doordat het water zo helder is kun je onder het ijs doorkijken, en op de bodem ligt de schaduw van de diverse kleine losgelaten ijsschotjes.
Het einddoel ligt eigenlijk nog een 2 uur lopen verder, maar hevige hoofdpijn noodzaakt mij om te draaien. We stoppen nog even bij een tegen de helling geplakte sneeuwvlakte waar een waterval zich doorheen heeft gebaand. Een mooie sneeuwtunnel is hiervan het resultaat. Na 2 uurtjes, en diverse korte onderbrekingen zijn we terug bij de camper. Met mijn ogen dicht probeer ik langzaam te ontspannen waardoor de hoofdpijn wat draaglijker wordt. Na het eten neem ik de laatste hoofdstukken van het boek ‘Het kwaad ontkiemd’ van Andrew Taylor tot me. Daarna duik ik het bed in.

Woensdag 7 augustus.

Om halfnegen openen we de ogen. Het is bewolkt, maar het is niet echt koud, en buiten is het vrij licht. Na een ontbijt rijden we verder richting Ísafjörður. Een weg over een paar hoge passen. Volgens de kaart met in ieder geval 3 noodhutten. Ik bereid me voor op een inspannende rit, maar het asfalt wil niet wijken voor gravel. De weg lijkt wel nieuw De eerste pas hebben we dan al snel genomen. Blijft nog die ene pas met de 2 noodhutten over. Ook hier wordt het een ontspannen rit. We rijden een tunnel in, die hier blijkbaar al sinds 1996 ligt. De tunnel is 5 kilometer lang, en als we er uit rijden zien we Ísafjörður al liggen.
In Ísafjörður lopen we door het oude gedeelte, en de haven alvorens we aankomen bij het maritiem museum. Ook hier gaan we kijken. Het is zeker de moeite waard. Als je ziet met wat voor kleding de vissers het tot ongeveer 1950 hebben moeten doen. Daar zou geen Arbo-dienst het tegenwoordig meer mee eens zijn.
Ísafjörður wordt vrolijk gemaakt door de vele gekleurde huisjes die er staan. Wellicht het enige wat hier in de winter in kleur is. Bij internetcafé Apotek drinken we koffie met een flink stuk gebak, alvorens we weer in de auto stappen om verder te rijden naar Bolungarvík. Ook hier weer een moderne weg, die wel aan de bergzijde is afgezet met dikke in beton gegoten 4 meter hoge palen met daartussen een paar flinke vangnetten. De rotsen die hier her en der in de netten rusten laten ook wel zien dat het nodig is. Een paar palen die niet bestand waren tegen dat geweld liggen zelfs om. We rijden Bolungarvík binnen, en zoeken de camping. Het grasveld dat hier voor camping door moet gaan rijden we tot twee keer toe voorbij. We zijn dan ook de enige bezoekers.. In ieder geval een kleine 2 uur. Dan draait een Landrover Defender van Duitse herkomst het terrein op.
De Defender is gevuld met twee Duitse studenten, die 10 weken vakantie hebben.
Na het eten lopen we even naar het zwembad. Hier moet ook voor de camping worden betaald. De goede man spreekt echter geen woord Engels, maar spreekt ons vriendelijk in het IJslands toe. Als we niet begrijpen waar hij het over heeft herhaalt hij een en ander nog een keer langzaam. Niet dat het helpt natuurlijk. Op mijn beste IJslands leg ik uit dat we met 2 personen op de tjaldsvædy staan. Uiteindelijk begrijpt hij het, en vult hij een formuliertje in. Dan nog even uitleggen dat we ook willen zwemmen. Zodra hij dat ook door heeft, legt hij uit hoe glad de vloer is, dus niet rennen. Buiten is een heerlijke hotpot. Heerlijk, een warme douche en daarna lekker een plons in het warme water. We zwemmen een paar baantjes, en wandelen naar de hotpot. Eigenlijk meer een “very hot pot” Na wat te hebben geacclimatiseerd kunnen we toch gaan zitten. Het is erg heet, en je voelt dan ook snel de loomheid toeslaan. We wisselen nu naar het bubbelbad, dat weliswaar klein, maar beter van temperatuur is. Als we uiteindelijk uitgebubbeld zijn, is het weer tijd om naar de camping te gaan. Als we goed en wel zitten komen er drie superjeeps aan, met een stuk of 10 kinderen en een stuk of 5 volwassenen. De rust is van de camping, en tot na 23:00 uur mogen we genieten van hun gegil. Dan nog wat gehuil, waarna de rust weer terug keert op de camping. Rond twee uur die nacht geeft mijn blaas een signaal af dat hij geledigd wenst te worden. Braaf sta ik op en luister naar zijn eis. Buiten zie ik dat het kerkje mooi verlicht is. Even later sta ik dan ook buiten met camera en statief. Ik probeer een paar verschillende instellingen. Het is wel erg koud nu, dus snel weer naar binnen, en snel onder mijn warme dekbed. Buiten zal het een graadje of 8 zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *