Menu Close

Maandag 7 augustus 2006, Thank you Paracetamol

Mijn diepe slaap eindigt ongeveer om half vier ’s-Morgens. Een zware hoofdpijn heeft zich van mij meester gemaakt. Met tegenzin kauw ik een paracetamol kapot, en spoel deze weg met wat water. Doordat mijn nek teveel pijn doet kan ik niet liggen. Ik loop daarom maar een beetje op en neer door de gangen van het hotel. Hoewel het er buiten prachtig uitziet met de opgaande zon die de hemel van een mooie rode kleur heeft voorzien kan ik hier niet echt van genieten, laat staan dat ik de energie heb om mijn camera tevoorschijn te halen. Na een half uurtje ga ik weer liggen, en val ik wederom in een diepe slaap.

Als ik ’s-Ochtens wakker wordt is de hoofdpijn nog steeds aanwezig. Mijn ontbijt begint dus met paracetamol. Terwijl wij plannen maken over wat we met deze dag gaan doen trekt de hemel weer dicht. Nog voordat we door het ontbijt heen zijn regent het. De bergen aan de overkant zijn nog maar nauwelijks zichtbaar. Vandaag wordt dus een rustdag. We brengen de dag door met lezen, schrijven en praten met de andere gasten. Vroeg in de avond maken we nog een korte wandeling door het dorp alvorens het bed op te zoeken.

Dinsdag 8 augustus 2006, Afscheid van een vriend

“En? Wat zijn de plannen voor vandaag?” vraagt Robert ons als we aan het ontbijt zitten. “Een wandeling door de bloemenvalei” is ons antwoord. “Nee, nee” zegt Robert. “Ik weet iets veel beters.” En zo veranderen we onze plannen van een wandeling door de bloemenvalie in een boottocht rondom het eiland Ammassalik. We kleden ons weer zo warm mogelijk aan, en wandelen naar de haven.
Een paar sledehonden die in dit seizoen werkeloos aan de ketting liggen vragen er om gefotografeerd te worden.  Ik neem mijn camera uit de tas. Terwijl ik de tas doorzoek naar het te gebruiken objectief hoor ik een plof. Mijn camera ligt hulpeloos aan mijn voeten. Vreemd, ik was er van overtuigd dat ik de riem om mijn nek had zitten. Zo op het oog is er niets aan de hand. Er zijn geen beschadigingen te zien, en het display reageert nog normaal. Ik plaats het objectief op de camera, focuseer en druk af. De camera klikt, maar op mijn display verschijnt geen beeld. Ik zet de camera uit en aan en besef meteen dat het goed mis is. Er komt een ratelend geluid uit de camera. Het Anti shake systeem dat deze camera uniek maakt heeft de val niet overleeft. De rest van de camera is nog functioneel. Hij stelt scherp, meet het licht, maar als ik de ontspan knop indruk gebeurt er verder niets. Boosheid, verdriet, maar vooral boosheid wellen in mij op. Hoe heb ik zo dom kunnen zijn. Hoe kon die camera vallen. Ik wist toch zeker dat ik de riem om mijn nek had gedaan. Nog een paar keer probeer ik de camera te reanimeren, maar al mijn pogingen hebben geen resultaat. Mijn camera is niet meer………….

Veel tijd om hier bij stil te staan is er echter niet. Het is bijna 10:00 uur. De vertrektijd van de boot. We lopen dus maar verder naar de haven. Een geluk dat ik mijn Mamiya bij me heb. Welliswaar vanwege het formaat van de camera geen apparaat om snel uit de hand foto’s te maken, maar ik kan in ieder geval bezig blijven met mijn grote passie fotografie.
Bij de haven staan al enkele mensen klaar om vandaag mee te gaan. Een jong stel, en een wat oudere man hebben zich al in de beschermende kledij gehesen. Wij volgen hun voorbeeld en wachten dan op de boot die nog niet is gearriveerd. De oudere man maakte deel uit van een groep die een wandeltocht maakt over het eiland. Hij heeft zich echter aan zijn rug geblesseerd en is achtergebleven in Tassilaq. Na drie dagen denkt hij zover hersteld te zijn dat hij weer met de groep mee kan, en vaart dus voor de helft mee naar de andere zijde van het eiland waar de rest van zijn groep een rustdag heeft.
Iets na tienen komt er een bootje aan gevaren. Het bootje is echter zo klein dat ik de horizon begin af te speuren voor “onze” boot. Als het bootje in het haventje stil licht begint het besef te komen dat dit wel onze boot is. Naast de stuurman zit in de boot ook nog de vrouw van de stuurman, liggen er een flink aantal hengels, en geweren in de boot, en staat er een grote ton waarin een en ander aan spullen ligt. Daarbij willen ze dus ook nog vijf passagiers laden, waarvan er een met bagage voor een 14 daagse wandeltocht bij zich heeft. De enige mogelijkheid om mee te gaan is als een van de passagiers op de grond gaat zitten, en dan nog is de boot tot over de rand vol. Voor mij reden om te besluiten niet mee te gaan. Ik vertel dit tegen Peter, een medewerker van The Red House. Hij probeert er mij van te overtuigen dat het makkelijk kan, maar ik houd voet bij stuk. Op deze voorwaarden ga ik niet mee! Peter begint enigszins geiiriteerd te raken, en belt met Robert. Hij legt Robert de situatie voor, maar ik kan duidelijk horen dat hij er de balen van heeft dat ik protesteer. Robert besluit echter in ons voordeel. De vrouw van de stuurman kan niet mee en moet op Tassilaq achterblijven. Natuurlijk baal ik ook enigszins van de situatie. Ik houd er niet van om te klagen, maar ik wil ook niet alles zomaar accepteren. Zo met zijn vijven is het in het bootje net te doen. We hebben allemaal een zitplaats, die we zo zal blijken hard nodig hebben.

Als we een stukje op open zee moeten varen heeft de stuurman moeite de boot recht te houden. We schommelen alle kanten in. De golven tillen telkens het bootje weer op, om het vervolgens weer neer te smijten. Vooral de dames hebben het door zeeziekte erg zwaar. Het meisje van het andere stel dat voorop het bootje zit wordt erg misselijk, en wil graag plaats ruilen met mij. Ik wil dat best doen, maar de omstandigheden waarin we op dat moment varen maken dat onmogelijk. Na een uurtje behoorlijk door elkaar
geschud te zijn varen we een fjord in. Hier is het water aanmerkelijk rustiger, en het lukt zelfs de dames om te genieten van de prachtige omgeving waarin we varen. Overal majestueus grote witte ijsbergen die meters de lucht in steken, het blauwe water van het fjord, de mooie rotsformaties van de kust, en dan die frisse lucht. Zelfs ademen is hier een genot. We leggen met het bootje aan bij een verlaten dorpje. Hier is weer duidelijk te zien dat Groenlanders er andere gewoonten op na houden. Achter een huisje liggen half weggezakt in de modder twee schedels van honden. Een stukje verderop staan enkele lege half weggeroeste tonnen. Op een pallet liggen een paar huiden van onbekende herkomst in de zon te drogen. De nederzetting is verder verlaten, al is het duidelijk dat hier af en toe nog mensen verblijven.  Zoals ook op de andere kerkhoven staan hier slechts kruizen zonder namen of data. In de verlaten kerk liggen nog verschillende boeken, net zoals in het aangrenzende schooltje waar plaats is voor de complete jeugd van het dorpje dat waarschijnlijk bestond uit 4 kinderen.
Na een uurtje hebben we het wel gezien, en gaan we terug naar de boot. We hijsen ons weer in onze beschermende pakken. Dit keer nemen Ans en ik plaats voor in het bootje. Dit om onze mede passagiers de rustigere middenplaats te gunnen. We varen verder het fjord in, en genieten wederom van al de prachtige uitzichten waaraan we voorbij varen. De stuurman legt even aan in een baaij. In de beschutting van deze baai vinden we een groot aantal bloemen en planten. De stuurman laat zien dat je sommige van die planten kunt eten. Even verderop stoppen we nog even bij een verlaten hut. Te zien aan de spullen die er liggen wordt deze hut ook zo af en toe nog gebruikt, maar van enige luxe is zeker geen sprake.
Op de helft van de rondvaart leggen we aan bij het dorpje Ikateq. De oudere man gaat op zoek naar zijn groep om te kijken of hij weer aansluiting vinden kan.  Aan wat ik vandaag gezien heb van zijn manier van lopen lijkt het mij stug dat hij met zijn volle bepakking mee kan. Terwijl hij zijn groep op zoekt maken wij een wandeling door het dorp.  Al snel maken we kennis met enkele bewoners van het dorp. Sommige welliswaar beschonken, maar allemaal uiterst vriendelijk. De tocht heeft ons hongerig gemaakt, maar we zijn nog steeds niet in de gelegenheid geweest geld te halen. Gelukkig hebben we net al een postkantoor gezien, en we besluiten daar enkele euro biljetten te gaan wisselllen. De medewerker snapt er niets van, en stuurt ons naar de supermarkt waar we gewoon met Euro’s kunnen betalen, en dan Deense kronen terug zullen krijgen. In de supermarkt denken ze daar weer anders over.
Die willen dat we eerst naar het postkantoor gaan om onze euro’s te wissellen. Wij ondersteunen de plaatselijke middenstand dus maar niet, en gaan wat rondkijken in het dorp.
Sledehonden liggen dromend van koudere tijden te wachten bij de huizen. Sommige hebben puppies, en te zien aan de blik van de honden kun je daar maar beter  uit de buurt blijven. In een van de uithoeken van het dorp wordt gewerkt aan nieuwbouw. Mooie houten challetten op palen. Uit een van de huizen horen we John Lennons “Give peace a change”. 
Als we terugkeren bij de boot blijkt dat in plaats van een passagier minder we er een bij krijgen. Een van de leden van de groep waar de man naar op zoek was is gevallen, en mist in ieder geval een tand uit zijn mond. Hij is nogal gedesillusioneerd en uitgeput. Vooral dat laatste lijkt mij voor hem meer reden om te stoppen met de tocht dan het verliezen van zijn tand. De oudere man met rugklachten komt ook weer terug aan boord. De reisleidster vond het niet verantwoord hem weer mee te nemen.
Met een extra passagier aan boord, die dus plaats neemt tussen de geweren en de hengels op de grond gaan we verder met onze tocht rondom Ammassalik. We varen door een nauw fjord, met mooie spitse bergtoppen. Hier en daar drijft nog een ijsberg. De wind waait hier koud doorheen, maar het is wederom prachtig. Met een vaartje van ruim veertig kilometer per uur jagen we door het fjord heen. We maken halt bij een ander verlaten dorpje. Het dorpje is nog wel bewoond, maar er is nu niemand thuis. Wasknijpers hangen doelloos aan een waslijn en containers met vuil wachten om te worden geleegd.
Na een kwartiertje nemen we weer plaats op de boot en varen verder. We komen niet erg ver. De motor van de boot begint te pruttellen en valt stil. De stuurman haalt de motor binnenboord, en begint een beetje aan leidingen en draadjes te trekken. Blijkbaar is dit genoeg, en met een brede lach op het gezicht van de stuurman varen we weer verder. Omdat de stuurman het niet helemaal vertrouwd gaat hij wat dichter op de kust varen. Je weet per slot maar nooit wanneer de motor weer stil valt, en we roeiend of zwemmend moeten zien om de vaste wal te bereiken. Dat de motor niet helemaal lekker loopt horen we allemaal wel. De stuurman kijkt af en toe om naar zijn motor, maar kan ook niets doen als deze na een paar kilometer weer stopt. Er wordt nog even naar gekeken, maar het is de stuurman al snel duidelijk dat hem dit boven de pet gaat. De zee is inmiddels weer behoorlijk ruw geworden, en daarmee is de boot een speelbal van de golven. Langzaam drijft het bootje richting de kust waar verschillende rotsen hoog uit het water omhoog steken. De stuurman neemt zijn zender, en begint wat in de microfoon te roepen. We verstaan natuurlijk niet wat, maar zien al snel dat een grotere luxe boot verderop keert en naar ons terug vaart. Zo goed als het kan wordt ons bootje met een kabel bevestigd aan de andere boot. Terwijl de golven tegen het bootje slaan stappen we over naar de andere boot. Het komt nu allemaal aan op timing, om op het juiste moment de stap te wagen van de voorplecht van onze boot naar de achterplecht van de andere. Maar na een paar minuten kunnen we allemaal plaats nemen in de warme kajuit van de luxe boot. Alleen de stuurman en de bagage van de twee andere passagiers blijft achter op het kleine bootje.

Rond 20:00 uur varen we de haven van Tasiilaq binnen. Daar worden we opgewacht door de plaatselijke politie. De stuurman die ook niet meer wist wat te doen toen we op open zee motorpech kregen heeft een officieel SOS uitgezonden. Wij hadden geen moment bedacht dat de situatie misschien echt gevaarlijk was, maar de stuurman wist dat dit het enige was wat hij kon doen. Ik wordt nog even teruggeroepen om enkele vragen te beantwoorden, en dan mogen wij gaan. Domme Europeanen als
wij zijn denken we dat het daarmee klaar is, maar hier in Groenland zijn dingen toch anders geregeld. De stuurman heeft door het defect aan zijn motor geen bron van inkomsten meer. Hij kan niet vissen, niet jagen, en geen toeristen rond varen. Hij zal moeten wachten op de volgende boot met onderdelen die waarschijnlijk pas over 6 of 8 weken aankomt in Groenland. Wij gaan ondertussen terug naar The Red House waar we al worden opgewacht en verwelkomd door Robert. Uiteraard is er voor ons nog eten, en snel wordt er een heerlijke maaltijd voorgezet. Twee andere passagiers die bij ons op de boot zaten maar niet in ons hotel verblijven zijn wel meegekomen met ons. Het meisje is enigszins overstuur door de hele situatie, en ik overleg even met Robert of ze eventueel kunnen mee eten. Natuurlijk regelt Robert dat, en zo schuiven ze even later samen bij ons aan tafel aan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *