Menu Close

IJsland 2006

Donderdag 24 augustus 2006,

Inkzwarte wolken pakken zich samen boven ons. Gisteren was dat nog letterlijk, vandaag figuurlijk. Vannacht heef het een paar keer enigzins geregend. Toen we uit bed kwamen was het in ieder geval weer droog. Er hing wel een dik grijs met zwart wolkentapijt boven ons aan de hemel. Na het ontbijt verlieten we de camping. Zonder de warmte en het licht van de zon zag de omgeving er mistroostig, maar ook wel weer meer Ijslands uit. F910 werd al snel geruild met de F88. 112 kilometer naar Myvatn. De F88 is een weg vol bochten, zowel horizontale als verticale. Ik schakel mezelf dus een breuk, en moet goed de aandacht op de weg houden. Na een tijdje te hebben gereden doemde in de verte mijn grootste nachtmerrie op. De rivierdoorsteek. In 1999 hadden we die ook gehad, maar toen zaten we veilig in een grote bus, die gereden werd door een chauffeur. Het zag er toen best spectaculair uit. En nu, nu moest ik zelf door dat water rijden. Twee jeeps waren er net doorheen gegaan. De chauffeurs en de passagiers stonden te kijken hoe wij het er vanaf zouden brengen. Nu was ik natuurlijk al een beetje zenuwachtig, maar met publiek erbij vond ik het net nog een graadje erger. Natuurlijk is het fijn als er mensen staan te kijken die kunnen helpen als het misgaat, maar toch… Aan de oever van de rivier zet ik de auto even stil, schakel naar zijn eerste versnelling en naar Low Gear, zoek naar het beste oversteekpunt, geef gas, laat de koppeling op komen en zonder problemen, maar meer alsof we de hele dag niets anders doen rijden we door het redelijke diepe water naar de overkant. De twee jeeps rijden verder, en nadat ik de auto uit Low Gear maar wel in four wheel drive heb geschakeld rijden ook wij verder. En dat was dan mijn grootste angst van deze route. Gebasseerd op een tochtje van zeven jaar geleden met een bus. Goed voor het zelfvertrouwen, dus rijd ik fluitend verder de F88 richting Myvatn op. Na een half uurtje doemt er echter weer een rivier op. Oke, misschien was dit dan de rivier uit mijn nachtmerrie’s. Maar ook hier herhaalt zich het tafereel van de eerdere rivier, en glijden we moeiteloos door het water heen.
Onderweg naar Myvatn komen we langs Namascard, met daartegenover de weg naar de Krafla. Zeven kilometer verderop parkeren we de auto, en lopen naar het gebied waar de nog smeulende resten van de vulkaanuitbarsting van 1974 liggen. Het eerste wat ook hier opvalt zijn de twee toiletgebouwtjes. Die zijn dus nieuw sinds ons vorige bezoek. Het aantal auto’s is in vergelijking met toen ongeveer vertienvoudigd, en het wemelt er dan ook van de mensen. Nou ja, het is ook een mooi gebied, dus er zullen best meer mensen zijn die dit willen zien. Toch begint “dit” Ijsland me een beetje tegen te staan. In plaats van dat je bij iets speciaals bent, lijkt het er meer op dat je een uitstapje maakt naar een soort disney world. Hele gedeelten van het pad zijn nu met vlondertjes overbrugt zodat de toerist ook zijn schoenen niet meer vuil hoeft te maken om door dit gebied te kunnen wandelen. Waarschijnlijk erg nodig, maar wel vervelend voor het Ijsland gevoel zijn de vele afrasteringen en draadjes waar je dus niet voorbij mag komen omdat het dan toch echt wel gevaarlijk wordt. De tourist die hier 10 jaar geleden kwam was wijzer, en had die draadjes niet nodig. Blijkbaar komt er nu toch een ander soort toerist die toch net iedere keer dat stapje teveel wil zetten. In 1999 hadden we nog veel respect voor de manier waarop de Ijslanders dit soort situaties bekeek. Er werd geacht dat de toerist genoeg verantwoordelijk heid had om goed met dit soort bijzondere natuur om te gaan. Nu wordt de toerist aan het handje door het lavaveld gevoerd. Niet alleen jammer voor de indruk van het land, maar vooral jammer omdat je nu een ander soort toerist naar Ijsland lokt. Volgens mij is dat niet het type dat je hier eigenlijk hebben wilt. Ook op de F wegen zie je regelmatig mensen rond scheuren met hun gehuurde four wheel drives op een manier zoals ze zeker niet met hun eigen auto om zouden gaan.
Ondertussen verbaas ik me er over hoe groot het lavaveld eigenlijk is. Veel groter, en veel indrukwekkender als ik het me herinner. Ook lijkt er op meer plaatsen stoom uit de grond te komen. Het zwarte desolate lava landschap geeft een beetje de sfeer van een futuristisch landschap waarbij wij mensen het voor elkaar gekregen hebben alles wat leeft uit te roeien. Als we een beetje afwijken van de doorgaande route komen we al snel op stukken waar bijna niemand te zien is. Deze stukken maken het gebied dan nog meer de moeite waard om te bezoeken. De zwarte lava wordt dan weer onderbroken door hele stukken die rood gekleurd zijn, of stukken die bedekt zijn met licht gele zwavel, of soms doet een stukje mos zijn best om zijn worteltjes in de vruchtbare lava te laten zakken. Het meest in het oog springend blijft toch wel de rook die over het lavaveld hangt.
Een paar kilometer verderop ligt het plaatsje …………….. Hier hebben we een paar dagen geleden getankt, waarbij we problemen hadden met mijn credit card. Die problemen zijn na een telefoontje met mastercard inmiddels opgelost, dus kunnen we weer naar hartelust tanken, en inkopen doen. Na vier dagen zijn onze voorraden al zover geslonken dat we ze weer hoog nodig moeten aanvullen. Dit keer gaat het goed, en wordt mijn credit card zonder problemen geaccepteerd. Als ik terugloop naar de auto zie ik iets van rubber onder de auto uitkomen. Het zit los, dus trek ik het maar verder onder de motorkap vandaan. Het lijkt me dat een stuk rubber niet voor niets onder de motorkap zit, dus trek ik de motorkap open om zo van boven af te inspecteren waar dit stuk rubber vandaan is gekomen. En daar trekken de donkere wolken boven ons dicht. Het stuk rubber is een overblijfsel van wat ooit een V-snaar is geweest. Een V-snaar is een mooi stukje techniek, en de auto heeft die V-snaar nodig. Onze auto heeft er zelfs drie. Twee daarvan hebben te maken met het electrische circuit van de auto, en een drijft de ventilator voor de radiator aan. De ene voor het electra gedeelte, ligt in stukken verspreid onder de motorkap, en zit hier en daar nog bekneld tussen de tweede die op zijn beurt door al het geweld van de kapotte V-snaar een keer is omgekruld, en met een rare bocht nog wel zijn werk doet, maar dit nooit meer lang vol zal houden. De derde, die de koelmotor bedient is de helft smaller geworden, en kijkt me een beetje gerafeld aan. We staan bij de supermarkt, en lopen even naar binnen om aan de cassiere te vragen waar de dichtsbijzijnde garage zit. Nou dat treft, om de hoek dus. Het is wel geen Mitsubishi garage, maar we gaan in ieder geval maar even kijken. Op het bordje staat dat ze gesloten zijn om 17:00 uur. Het is nu 17:56. Ik loop toch maar even naar de zijkant van het gebouw, en tref daar nog een monteur aan. Hij kijkt even mee, en denkt dat hij het wel maken kan. Verontschuldigend zegt hij dat hij het wel wil maken, maar dat morgen hem eigenlijk beter uitkomt. Wij vinden dat helemaal geen probleem, en ik had er ook echt niet op gerekend dat we vandaag nog geholpen zouden worden. We maken een afspraak voor de volgende dag 10:00 uur, en zoeken een camping op die aan het mooie Myvatn ligt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *