Menu Close

IJsland 2011

Via Öxnadalur naar Goðafoss en Dimmuborgir

De bergruggen van de Öxnadalur pas zijn verborgen onder een dik pak laaghangende bewolking. De lagere gedeelten van de pas steken daar met hun diep groene kleur fel bij af. We rijden weer verder richting Akureyri, maar zien wel hoever we gaan komen. Alles is afhankelijk van het weer en wat we onderweg tegenkomen.

Het enige dat we weten dat we gaan tegenkomen is een geocache die ligt verstopt bij het Hraunvatn. Een meer op een hoogte van ongeveer 500 meter. Vanaf de plaats waar de wandeling begint betekend dat een klim van ongeveer 250 meter. Dat lijkt misschien weinig, maar als ochtendwandeling is het toch even stevig stappen.

Nadat we enkele groepjes met schapen die ons pas laat opmerkte de stuipen op het lijf hebben gejaagd, alleen al door het feit dat we er waren arriveren we bij het meer. We worden verwelkomt door grote zwermen vliegjes. De vliegjes scheppen er genoegen in om een soort van kamikaze manoeuvre uit te voeren. Keer op keer weten ze eerst snelheid te maken om zich vervolgens bijna te pletter te vliegen in mijn gezicht. Andere gebruiken mijn haren als slingertouw en hangen vlak voor mijn ogen. Ik denk dat ik die vliegjes ongeveer alles heb toegewenst wat slecht is, en aan de lieve heer gevraagd wat in vredesnaam het nut is van deze irritante wezens. Natuurlijk zal er in het ecosysteem een hele goede reden zijn voor de aanwezigheid van deze kleine pestkopjes, maar kunnen ze dat niet wat lager bij de grond doen, of in ieder geval ergens waar ik op dat moment niet ben.

Het is hier ook vrijwel onmogelijk weg te komen van die ettertjes, al scheelt het wel een stuk als we wat verder weg zijn van de oever. Het doel waarvoor we kwamen, de cache wordt snel gevonden. Ik kijk naar de spitse pieken van de bergkam een stuk verderop. De spitse pieken zijn versierd met banden rood gesteente, en ik hoop op een beetje medewerking van de zon als we daar aankomen om het rood nog wat beter uit te laten komen. Dat laatste kan ik vergeten. De wolken zijn nog te dik voor de zon om enigszins een belangrijke rol in mijn fotografie te betekenen.

De terugweg, die natuurlijk naar beneden gaat is een stuk makkelijker.

We rijden door Akureyri waar we dit keer niet gaan kijken, maar slechts wat boodschappen doen, en het beltegoed van mijn telefoon weer wat opwaarderen. Daarna rijden we verder totdat de Goðafoss in beeld komt. Als ik hier langskom moet ik gewoon even stoppen om de waterval te gaan bekijken.

Op de parkeerplaats loop ik nog een oude bekende van me tegen het lijf. Jon Balður. Toen ik in 2005 IJsland bezocht zorgde hij voor stemmige saxofoon muziek bij het toen geheel dichtgevroren Jökulsárlon. We praten even bij, en ik spreek af contact op te nemen zodra ik weer thuis ben.

Voor ons avondeten stoppen we dit keer bij Dimmuborgir. Sinds een paar jaar staat hier een restaurant, maar dit is de eerste keer dat ik er ook even binnen loop. De forel is heerlijk, en de appeltaart die we als toetje nuttigen is ook niet verkeerd.

Om me heen kijkend besef ik wel dat qua inrichting er nog veel gedaan kan worden om de sfeer in het restaurant te verhogen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *