Menu Close

IJsland 2011

Fjaðrárgljúfur, de Verenrivierkloof

Langzaam gaan mijn ogen open. Ik hoor prachtige muziek van buiten komen. Het geluid hoort onmiskenbaar bij Jónsi, de zanger van Sigur Rós. Niet live, maar vanuit een autoradio. Ik open het gordijn en het raam en geniet van het uitzicht met muzikale ondersteuning. Als de auto even later weer vertrekt, gaat ook de muzikale ondersteuning er vandoor. Het is bijna 08:00 uur, dus een mooie tijd om op te staan. Het meer ligt er vredig bij. Rond deze tijd nog geen massa’s mensen. Gewoon ik en het meer. Voor het gevoel tel ik de mensen aan de overkant van de rivier (De Jökulsá á Breidamerkursandur) even niet mee.

Ik ga voor een wandeling aan het strand. Ik had gisteren al wel gezien dat er veel ijs was aangespoeld, maar had niet kunnen vermoeden dat het zoveel was. Vooral vlak bij de monding van de rivier liggen de grotere stukken, maar verder ligt er een lijn van kilometers ijs aan de branding en in de branding. Ook hier neem ik iets te veel risico waardoor een golf mij verrast met een plens water tot kniehoogte welke vervolgens mijn schoen in loopt. Met soppende schoenen loop ik verder. Het voordeel van natte voeten is natuurlijk dat ze niet nog natter kunnen worden. En dat heeft weer als voordeel dat ik nog meer risico kan nemen.
Tot aan kniehoogte nat sjok ik weer terug naar mijn auto.

Na een korte stop bij een ander ijsmeer, het Fjallsárlón, een voor mij onbekende naamloze waterval, vanwege het mooie weer ook maar weer de Svínafellsjökull kom ik aan bij de Orrustuhóll. Het is er nog nooit van gekomen om hier te stoppen, maar vandaag is het de perfecte dag voor een extra stop. De heuvel wordt omringd door prachtige groene vegetatie, het riviertje wat er langs af stroomt is prachtig blauw, en om het helemaal compleet te maken lopen een tiental IJslandse paarden voor de berg langs.

Na nog een paar korte tussen stops kom ik een paar uur later dan gepland aan bij de Fjaðrárgljúfur. Een twee miljoen jaar oude en twee kilometer lange kloof in de buurt van Kirkjubæjarklaustur. Terwijl je Kirkjubæjarklaustur zou kunnen vertalen met kerkboerderijklooster zou volgens mijn laatste speurtocht Fjaðrárgljúfur vertaald moeten worden met verenrivierkloof. En dat is weer genoeg IJslands voor vandaag. Ik ben hier al een paar keer geweest, en heb altijd het pad boven langs de kloof gevolgd. Nu vind ik dat het tijd wordt onder door de kloof te wandelen. Dat wandelen lijkt eigenlijk meer op waden zodat ik alvast begin met mijn sandalen aan te doen. Sommige noemen het doorwaadschoen, maar sandalen is een stuk korter, al zorgt deze uitleg er natuurlijk voor dat er van tijdwinst geen sprake meer is. Afijn, bij de eerste doorwading realiseer ik dat mijn lange broek ook niet droog kan blijven. Maar zo´n outdoor broek is natuurlijk overal op berekend. Handig rits ik de pijpen los en waad vervolgens droog door de rivier. Nou ja, bijna droog. Het overgebleven deel van de broek is toch nog nat. Omdat ik hier beneden toch alleen ben besluit ik verder te wandelen in mijn onderbroek, waarbij natuurlijk mijn T-shirt en jack ook aanblijft. Bij de volgende doorwading (het is trouwens prachtig hier) wordt ook mijn onderbroek nat. Even later verdwijnt ook mijn onderbroek in de rugzak. Ondanks het koude water hoef ik mij trouwens nergens voor te schamen. Niet dat het koude water geen invloed heeft op mijn mannelijkheid, maar ik ben hier alleen, dus waarom zou ik.

De wandeling loopt voor mij eigenlijk te snel op een eind. Het water wordt hier te diep, en de loodrechte wanden ontnemen ook andere mogelijkheden dan dwars door het water. Het water is zo diep dat ik het zelfs met een snorkel niet zou redden, en al zou ik het dan wel halen, dan blijft de inhoud van mijn rugzak zeker niet droog. Via een richel onder water kan ik net tot aan een enigszins glooiende waterval komen. Ik probeer even om zonder de rugzak een stuk over de waterval te lopen, maar zelfs op handen en voeten heb ik te weinig houvast om deze hindernis te nemen. De waterval als mijn Waterloo. Ik neem een paar foto’s en waad vervolgens de kloof weer uit. In de camper wordt ik weer warm zittend in mijn slaapzak en in mijn hand een lekkere kop hete koffie. Nog lang blijven mijn benen tintelen en gloeien.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *