Menu Close

Maandag 19 juli,

We rijden al vroeg weer aan. De Bondhusbreen te Sunndal laten we achter ons, en we rijden richting Bergen over de 551. Bij Lofallstranda nemen we het veer naar Jermundshamn. Dan weg 48 om enkele uren later in Bergen aan te komen. Het vinden van een parkeerplaats is niet eenvoudig, maar we slagen er toch in om een plekje te bemachtigen. Helaas geldt er een parkeer verbod, maar wie let daar nu op. Op aanwijzingen van een inwoner van Bergen lopen we niet naar het uit de boekjes bekende deel,

maar naar een ander deel van Bergen waar volgens haar de echte oude huizen staan. Hierna gaan we dan toch naar het stadscentrum. Dit is zeker mooi, maar door de goede restauratie waan je je eerder in Slagharen dan in een eeuwen oud stadscentrum. (Het is ook nooit goed). Maar het ziet er allemaal mooi uit. We hebben trouwens geluk met het weer. Naar het schijnt, regent het in Bergen ruim 260 dagen per jaar. Vandaag niet! We schieten even de plaatselijke McDonald’s binnen en doen ons te goed aan een salade en een BigMac menu. Dan weer slenteren naar de wagen, en rond 19:00 uur verlaten we een zonnig Bergen. Op zoek naar een plaats voor de nacht langs weg nummer 7 stuiten we onverwacht op een waterval bij Skeie. Omdat ik hier nog wat foto’s wil maken in het donker trek ik de sleutel uit het contact, en blijven we vannacht dus hier.
In de loop van de avond komen nog verschillende mensen kijken naar de waterval. Terwijl ik uren zit te wachten op het juiste licht komt een auto met daarin een jong stel aangereden. Ze blijven eerst ruim een half uur in de wagen kletsen, en werpen af en toe een blik naar de waterval. Dan draait links het raampje open. Een arm met digicam komt er uit. Een flits, een snelle blik op het schermpje en dan gaat het raam dicht, wordt de auto gestart en zijn ze er weer vandoor.

Dinsdag 20 juli,

Om acht uur zijn we wakker, en zijn zelfs al bezig met het ontbijt. Gisteren heb ik in het donker nog een aantal foto’s van de Steindalsfossen gemaakt. Tegenover onze slaapplaats (een waterval) staat een souvenirs winkeltje. Om acht uur begint hier al de eerste bedrijvigheid. De deuren gaan open, de rekken en bakken naar buiten. De laatste rotzooi van gisteren wordt opgeveegd. Om iets voor negenen komt er nog iemand aan die hier blijkbaar werkt. Ik kijk een stukje verderop het dorp in, en zie tot mijn verbazing nog een souvenirs winkeltje, en zo bijzonder is die waterval nu
ook weer niet. Je kunt er wel achter doorlopen, en dat is dan misschien de charme. Maar om tien minuten over negen stroomt het kleine dorpje (een kleine tien huizen) langzaam vol. Eerst een bus van onbekende herkomst met een twintigtal mensen die eerst het toilet induiken, vervolgens het souvenirs winkeltje annexeren, om even later naar de waterval toe te lopen. Dit herhaalt zich na de aankomst van de Russische, de Letlandse, de Zweedse, de Japanse, de Duitse en nog enkele bussen meer. Om negen uur was hier nog niets te doen, en nu zijn er vertegenwoordigers van het gehele noordelijke halfrond aanwezig. We lopen een 50 meter voor de groep Japanners uit, en maken snel enkele opnamen van de waterval. Dan komen de Japanners, en wordt er geklikt, geflitst, gelachen, geposeerd en bedankt. We kijken het tafereeltje even af, en gaan er bij aankomst van nog meer bussen snel vandoor. We zitten meteen weer op weg nummer zeven, de toeristenweg, en dat is te merken. Veel campers, wagens met dakkoffers, bussen en busjes. Als ik na een tijdje een combinatie zie van een leuk fotografisch tafereeltje en een picknickplaats, zet ik de auto aan de kant. Ans blijft bij de camper, en ik loop een paar honderd meter terug om een en ander in mijn camera te vangen.
Bij terugkomst is onder tussen ook deze parkeerplaats gevuld met inwoners van de halve EU. Ook een stelletje Nederlanders die even stoppen om de benen te strekken en een sanitaire stop te maken. De vrouw komt even later naar mij toe om te vragen of we in het bezit zijn van een verbandtrommel. Haar man heeft aan een scherpe punt van een deur zijn voet opengehaald, en inderdaad er zit een flinke jaap in zijn voet. We laden snel de auto leeg, want een verbandtrommel ligt altijd daar waar je het meeste werk hebt om hem te pakken. Maar uiteindelijk hebben we resultaat. De trommel wordt opengetrokken, waarschijnlijk voor het eerst sinds we hem gekocht hebben, en de inhoud wordt geïnspecteerd. De betadinedeppers hebben een houdbaarheid tot 2002, het flesje betadine tot 2001, en zo zijn er nog meer zaken die eigenlijk niet meer gebruikt mogen worden. Maar te oude betadine lijkt ons in dit geval nog altijd beter dan geen betadine, dus wordt het flesje voor het eerst in zijn bestaan geopend. De vrouw knipt een pleister op een heel bijzondere manier, waaruit ik de conclusie trek dat ze op zijn minst een EHBO diploma heeft, maar sterker nog, ze heeft zelfs in de verpleging gewerkt. Ze vind het dan ook heel dom dat juist zij geen EHBO kist bij zich hebben, maar ja die ligt in de caravan, en onderweg naar Bergen leek het hun beter de caravan op de camping te laten staan. De man herinnert zich dan toch nog een blauw kistje wat ergens in de auto moet staan, en inderdaad ook zij zijn in het bezit van een EHBO kist. De inhoud van die kist was zelfs in de vorige eeuw (1998) al over datum. Dus voor ons alle vier geld dat we even een nieuwe inhoud voor onze EHBO kist moeten aanschaffen. En als ik jullie was zou ik hem ook maar eens omkeren en nakijken!
Maar goed, inmiddels gaan wij allen weer verder. Zij naar Bergen toe, en wij van Bergen weg. We blijven op weg nummer zeven, en steken bij Bruravik de Eidfjorde over naar Brimnes. Dan verder naar Måbödalen. Hier gaan we wandeling 31 uit onze ANWB gids maken welke leid over steile muildier paden. En inderdaad, verwacht je op zo’n helling geen pad. Vanuit het dal lijkt het erg stijl omhoog te gaan. In de praktijk valt het wel mee, omdat het pad nogal slingert. Het is een mooie route maar wel erg vermoeiend. Hoe hoger we komen hoe vaker we toch een kleine rust pauze in moeten lassen.
Ook al is dit vaak maar een twintig seconden. Uiteindelijk komen we op vlak terrein en lopen naar een cafetaria waar we ons tegoed doen aan koffie met chocolade gebak. Omdat we wat laat aan de wandeling begonnen zijn, moeten we de wandeling naar Vöringsfossen (de waterval die er ook van boven erg imposant uitziet) uitstellen tot morgen. We lopen terug naar de auto over de oude weg. We rijden naar een mooi overnachtings plekje, en zitten dan uiteindelijk om 21:00 uur aan het avondeten. Omsloten door vier honderden meters hoge bergen zitten we nu aan het water dat van de Vöringsfossen af komt. De top van de oostelijke bergwand baad nog in zonlicht. Er is geen wolkje aan de lucht, en buiten koelt het hard af.

Woensdag 21 juli,

Gisteren heb ik laat in de avond foto’s gemaakt vanaf de brug van de oude weg. Het water kolkt hier over grote rotsen en schuimt daarbij wit op. Mooi om te zien, ook mooi om te fotograferen. Alleen erg jammer dat het hier zo hard afkoelt. Binnen enkele minuten trekt de koude al door mijn jas. Maar je wilt toch blijven voor die ene mooie foto die dit op moet leveren. Binnen in de camper zet ik de fotospullen op de plank, poets mijn tanden kleed me uit en kruip snel langs Ans in het al warme bed.

En nu sta ik alweer klaar voor een wandeling naar de Vöringsfossen. We beginnen de route bij een bordje aan de oude weg, en staan al snel langs het stromende water. Regelmatig raken we het pad kwijt, maar je kunt hier alleen maar lopen tussen, aan de ene kant het water en aan de andere kant een steile rotswand. Dus zo vaak als we het pad kwijtraken vinden we het ook weer terug. Dan nog even een wel erg gammel hangbrugje oversteken om dan in totaal na een uurtje bij de waterval te staan. De opspattende nevel is hier zo erg dat fotograferen vrijwel onmogelijk is,
laat staan er iets aparts van te maken. Maar goed, een paar snapshots door de van sterk tegenlicht oplichtende nevel moet toch lukken. Het sterke tegenlicht maakt wel een mooie lichtkrans op de bovenzijde van de waterval. Ook dat wordt door de camera geregistreerd. Later gaan we weer terug over de hangbrug, om dan zoveel mogelijk op het pad zien te blijven. Ergens halverwege de route onder het punt waar de oude weg boven ons door een scherpe bocht gaat, liggen de restanten van iets wat jaren geleden een auto moet zijn geweest.
Ook al is de wandeling maar een paar uur, als ik terug ben bij de camper willen mijn benen niet meer. Ans bakt pannenkoeken, en nadat de pannenkoeken achter de kiezen zijn en de afwas weer in de kast staat gaan we verder. We rijden over een mooie bergpas tussen Eidfjord en Geilo met fantastische vergezichten en een erg koude wind. In het plaatsje Hol verlaten we weg nummer 7, die we verruilen voor wegnummer 50 door het Sunddalen. Ook dit is een mooie bergpas. Vlak voor een tunnel parkeren we de camper voor een welverdiende nachtrust.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *