Menu Close

Maandag 26 juli,

Wat is het heerlijk om met de camper in Noorwegen te zijn. Nu ik dit schrijf zitten we op de hoogste bergpas van Noorwegen, wegnummer 55. Een klein bordje geeft aan dat we op 1400 meter boven de zeespiegel zitten. Vanuit het raam kijk ik aan de ene kant over de Jostedalsbreen, en aan de andere kant zie we in de verte de Galdhöppigen, de hoogste berg van Noorwegen. Langs ons zien we tegen een bergwand gletsjerstructuren. Nu de zon is ondergegaan zakken de wolken als zachte (koude) dekens langzaam langs de bergwanden naar beneden, en waarschijnlijk zitten we hier straks in de mist. Vandaag hebben we route 19 uit ons ANWB boekje afgelegd, en natuurlijk

duurde deze route voor ons vijf, in plaats van de drie en een half uur, die er voor staan. Ook hier gaat het aan het begin van de route meteen mis. We negeren zoals in het ANWB boekje aangegeven het pad naar links wat later de enige juiste route blijkt te zijn. We komen al snel achter de fout, en lopen dwars door de velden om op het pad uit te komen. Dat het echt aan het boekje en niet aan ons ligt blijkt uit het feit dat twee Nederlanders in het bezit van het zelfde boekje de zelfde fout maakten. Zij vertrokken een uur voor ons vanaf de parkeerplaats, en komen ze op de terugweg
weer tegen. Wanneer je eenmaal op de juiste route zit is het bijna onmogelijk om nog verkeerd te lopen. De route is duidelijk. En dan na een twee uurtjes wandelen staan we voor het eerst dat we in Noorwegen zijn (dit jaar) in de sneeuw. Even later staan we aan het eindpunt van de wandeling bij het gletsjermeer Skagostölvatnet. We nemen de omgeving goed in ons op, en snuiven de frisse berglucht in. Na een tijdje hebben we het gezien, en beginnen aan de terugtocht. We horen een enorm gerommel achter ons, en na even speuren zien we stukken ijs, sneeuw en water aan de overkant van het meer naar beneden komen. Nog geen vijf minuten later komt er nog meer naar beneden, maar dan blijft het stil. We lopen nu echt terug. Na een goed uur zijn we beneden bij de camper. Omdat het met koeienvlaaien bezaaide parkeerterrein nu niet echt je van het is, rijden we 3 kilometer verder de bergpas op om bij een uitkijkplaats te genieten van onze avondmaaltijd. Daarna rijden we nog 10 kilometer om dus nu stil te staan op de hoogste bergpas van Noorwegen. 1400 meter!

Dinsdag 27 juli,

Het was vanmorgen ongelooflijk koud in de camper. Toen ik me aan het wassen was kon ik rookwolkjes blazen. Onderweg op de pas hebben we nog een paar keer stilgestaan om te genieten van het uitzicht. Maar aan alle pret komt een eind, en zo ook aan deze hoge pas. We komen aan in het plaatsje Lom, en er is hier een en al bedrijvigheid. Vooral toeristen en bussen met toeristen bepalen hier het straatbeeld. Wij doen met onze camper hier keurig aan mee, en rijden naar de attractie van Lom, de staafkerk. We volgen eerst maar eens de bordjes WC, omdat na zo’n lange rit het wel eens prettig is op een stilstaande stoel te zitten. Een jongeman zit bij een loketje klaar om de gulle giften van de toeristen die zo nodig moeten in ontvangst te nemen. De prijs voor het pissen……… 10 kronen per persoon! volgens onze reisgids is dat ongeveer 2 gulden vijftig, of te wel 1 euro 13. We zijn met zijn tweeën, dus even snel rekenen, 2 euro 26 oftewel 4 gulden 98. Hiervan pis ik meteen in mijn broek, en samen besparen we dus 4,98. Ik pis wel in de struiken. Al spoedig verlaten wij Lom via wegnummer 15, en 2 kilometer verderop vinden wij langs de weg een gratis toilet faciliteit.

Met een lege blaas is het fijner rijden, dus vol goede moed rijden we de 258 op, de bergpas bij Grotli. De laatste keer dat wij hier waren lag er een pak sneeuw van een 4 meter hoog langs de weg. Helaas, waar de sneeuw een jaar of acht geleden nog 4 meter hoog lag is nu enkel rots te bewonderen. De route echter blijft erg mooi. We rijden nog wel een stuk verder om te overnachten met uitzicht op de lange kronkelweg naar het dal waar we in de verte Videseter zien liggen. Hoog daarboven zien we de besneeuwde toppen van de omliggende bergen. Morgen draaien we eerst nog even terug om een stukje te gaan lopen door de nog
resterende sneeuw. Vanuit ons slaapplekje heb ik een mooi uitzicht op het dal diep onder ons. Een weg kronkelt zich naar beneden. Ik vat het idee op om een opname te maken met een extreem lange sluitertijd terwijl een auto naar boven rijdt. Ik maak mijn apparatuur in orde, en installeer de camera op statief. Ik bereken dat ik met het kleinste diafragma een sluitertijd van 4 minuten kan halen. En nu wachten op de auto die naar boven rijd. En ik wacht…………., en ik wacht…………… en ik loop even rond, ga me even opwarmen in de camper, trek een extra jas aan, zet een muts op, doe een das om, maar ik wacht nog steeds. Al meer dan een uur sta ik hoopvol naar het dal te staren waarvandaan ik die koplampen verwacht. Het haalt niet uit, en uiteindelijk ruim ik alles maar weer op en ga slapen.
Om 04:00 uur worden we hardhandig uit onze slaap gerukt. Een vrachtwagen staat langs onze camper met lopende motor, en de chauffeur heeft geen medelijden met twee slapende Nederlandse toeristen. Het blijkt de vuilnisman te zijn. Hij leegt de vuilnisbakken, en rijdt verder….Nee hij draait en rijdt richting het dal. Ik grijp mijn bril, mijn camera, mijn statief, mijn afstandsbediening, en zet alles snel in elkaar en naar buiten. En…..de vrachtwagen is inmiddels alweer uit het zicht verdwenen. Ik kruip weer snel in bed, en val met wat moeite weer in een diepe slaap.

Woensdag 28 juli,

De hoeveelheid blauwe lucht lijkt het langzaam te gaan winnen van de wolken en is inmiddels in de meerderheid. We rijden een stukje terug over de pas, en staan al snel in een landschap met hier en daar sneeuw. Na een uurtje hebben we het hier wel gezien, en gaan we op weg naar de Briksdalsbreen via een zijweg van wegnummer 15. Al voordat we de gletsjer bereikt hebben rijden we onder een strak blauwe lucht. Af en toe durft een klein wolkje te verschijnen, maar tegen de wind en de zon heeft de wolk geen schijn van kans, zodat de lucht al snel weer staalblauw kleurt. We parkeren een 45 minuten lopen van de voet van de gletsjer voor 40 kronen. Bij het plaatselijke café/bar nemen we ieder een kop koffie en een kleine punt gebak. Er staan geen prijzen, maar je weet dat het waarschijnlijk niet goedkoop is. Maar 108 kronen, ruim 12 Euro is wel erg veel. Maar goed, we gaan buiten in het zonnetje genieten van deze traktatie. Daarna begint de weg naar de gletsjer. In onze vorige editie van de Dominicus stond onder het kopje Brikstalsbreen “Misschien heb je geluk, en kun je met een plaatselijke boer een stuk meerijden met zijn paard en wagen”. Toen wij in 1997 voor de eerste keer bij de gletsjer kwamen, was er ondertussen een commercieel bedrijf met een twintigtal paarden met span waarbij je tegen betaling naar boven kon rijden. En nu rijden er enkele flink uit de kluiten gewasssen golfkarretjes, met plaats voor acht passagiers met hun stinkende diesel de lucht te verpesten. Brikstalsbreen dreigt volgens mij aan zijn eigen schoonheid door commerciële uitbuiting ten onder te gaan. Over een paar jaar moet er waarschijnlijk entree worden betaald, en kun je met een stoeltjeslift tot aan de voet van de gletsjer worden getransporteerd. De stinkende diesels en de paarden met span hebben ook geen enkel nut, want de tocht van ongeveer 10 minuten met de diesel of de 15 minuten met paard en wagen moet over slecht terrein toch te voet worden voortgezet waarbij je toch nog een twintig minuten moet klauteren over de rotsen. Maar goed, de gletsjer blijft werkelijk prachtig. De lucht achter de gletsjer
is staalblauw. Op verschillende plaatsen zie je ook het blauwe ijs tussen de grotendeels witte gletsjer, en de omgeving is werkelijk prachtig. Tot twee maal toe zien we boven aan de gletsjer enkele stukken ijs met donderend geraas naar beneden storten. De afstand tot de vallende stukken ijs van soms wel meer dan een meter doorsnee is groot genoeg om voor de omstanders gevaarlijk te kunnen zijn. n totaal brengen we ruim drie uur bij de gletsjer door waarbij ik ruim twee filmrolletjes volschiet. Dan moeten we toch echt weer gaan, en terwijl voor ons de zon achter de bergen zakt lopen wij terug naar de parkeerplaats. We nemen een iets of wat andere route terug zodat we ook langs de grote waterval komen. Het water stort hier met zoveel geweld naar beneden dat het in fijne nevel weer omhoog, en over de brug gaat. Drijfnat en ijskoud arriveren wij aan de overkant van de brug. Tien minuten later rijden we het parkeerterrein af, en gaan we op weg naar een plaats voor de nacht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *