Menu Close

2 september
Die nacht wordt ik verschillende keren wakker als de regen hard op het dak van de camper neerklettert. Dat belooft weinig goeds voor de wandeling van morgen.

Die ochtend ziet het er al heel anders uit. De lucht is weliswaar grijs, maar een stuk lichter dan gisteren. Het eerste deel van de wandeling gaat over een redelijk goed pad. Zo af en toe moet je enkeldiep door het water en soms moet je van steen tot steen springen om een stroompje over te steken. De grootste en sterkste stroom is gelukkig overbrugd, al moet je om bij de brug te komen wel door moerasachtig terrein je weg proberen te vinden. Als we het hoofdpad verlaten zijn we weer aangewezen op ons zelf. De routes staan wel in boekjes, maar zijn nergens bewegwijzerd of gemarkeerd. Dat maakt het wandelen een stuk mooier, omdat je zelf kunt kiezen waar je heen wilt lopen. We vinden restanten van schapen onderkomens, oude graven, muurtjes en een oud huis wat ooit toebehoorde aan ene MacAskill.

Hoewel de route erg mooi is missen we toch één ding. Een uitzicht op de Cuillin Mountains. Dat uitzicht moet hier geweldig zijn, maar het zicht hierop wordt ontnomen door een dikke pak wolken die net voor de bergen blijft hangen.

Al aan het begin van de wandeling had ik enigszins last van mijn linker onderbeen, iets boven de enkel. Een stekend en zeurend gevoel bij iedere stap die ik zette. Het wordt na een tijdje zo vervelend dat ik het bovenste deel van mijn schoenen niet meer vastreig met de veters. Dat bied even wat verlichting, maar toch komt er een moment dat ik bijna geen stap meer kan verzetten. Ik ga zitten op een rots en trek mijn linker schoen en sok uit en probeer te ontdekken waar die pijn vandaan komt. Aan de schoen is niets bijzonders te zien, evenmin aan mijn been. Ik houd me maar even voor dat het wrijving van de schoen op de huid is en doe mijn sok en schoen weer aan. Het kost me slechts twee stappen om uit te vinden dat dit niets uithaalt.

Blijft er slechts een ding over, en dat mag gerust een historisch moment genoemd worden. Al jaren heb ik als vast onderdeel in mijn rugzak een zakmes zitten. Je weet maar nooit waar het goed voor is. Waarschijnlijk is het bezitten van een zakmes gewoon iets wat bij jongens hoort, en ook bij wat oudere jongeren. De leeftijd van oudere jongere ben ik natuurlijk al lang voorbij, maar het is nu eenmaal niet eenvoudig om jezelf bij de echte ouderen te moeten rekenen. Ik ben dus maar een hele oude jongere. Maar goed, na al die jaren van stoer rondzeulen met mijn zakmes kan ik het nu zelfs nuttig gebruiken. Ik snijd met mijn gekoesterde zakmes een flink stuk van de bovenzijde van mijn schoen weg. Ik trek de sok en de schoen weer aan, en loop weer als een jonge kievit. Zie je wel, gewoon een oudere jongere.

Als we weer verder lopen vanaf een ruïne verdwijnt het laatste beetje zon van deze dag, niet lang daarna gevolgd door een flinke hoosbui zodat we, -ik in ieder geval, want Ans vind het niet nodig- weer volledig in een regenpak zijn gehuld. Dit keer houd ik het onder mijn regenpak volledig droog.

 

Als we bijna terug zijn bij de camping en het regenen is opgehouden, maak ik nog even tijd voor het fotograferen van de waterval waar we aan het begin van deze wandeling langs afgelopen zijn. Als ik net klaar ben en mijn regenbroek en jas weer redelijk droog zijn valt de volgende bui. Toch nog door en door nat komen we aan bij de camping.

Het was een mooie wandeling, en daarom ook een goed besluit om de volle regendag van gisteren uit te zitten op deze camping.