Menu Close

3 september

We houden er niet van om erg lange afstanden in onze auto door te moeten brengen gedurende onze vakantie. Meestal zoeken we een gebied uit waar we niet te veel kilometers hoeven te maken om van de ene naar de andere plaats te komen. Voor onze begrippen moesten we vandaag dus best een eind rijden ook al was het dan maar 75 kilometer.

We zijn al verschillende keren voorbijgereden aan de brug bij Sligachan. Bij deze burg staat een hotel, en ligt een camping. Bovendien gaat er een drukke weg aan voorbij en staan hier altijd hordes mensen die met hele bussen tegelijk aangevoerd worden om de brug te fotograferen. Ik wil daar eigenlijk niet tussen staan, puur omdat ik niet zo van druktes houdt en allergisch ben voor mensen die kiekjes schieten met hun telefoon, Ipad of met een dure camera die slechts wordt gebruikt in de P stand. Ja, noem mij gerust een snob, maar een foto maak je met liefde, een kiekje met je telefoon.

Het uitzicht vanaf de brug op de Cuillin bergen is echter zo mooi dat ik mezelf er toe overtuig hier toch maar even tussen te gaan staan. Ik vind een paar mooie standpunten en doe mijn best het landschap zo mooi mogelijk vast te leggen. Ik zal er echter niet aan kunnen ontkomen om thuis met behulp van photoshop het een en ander teveel aan mensen van de aardbodem te laten verdwijnen.

We lopen terug naar onze camper en zijn niet veel later weer onderweg.

Hoe dichter we ons doel naderen hoe smaller de wegen worden, en hoe steiler die wegen ons proberen de hoogte in te brengen. Ik had al vernoemd dat we in een retro camper reden, maar die naam dekte de lading niet. Retro is een herbouw van een oud model waarbij je nostalgische gevoelens moet krijgen. Hoewel het een fijne camper is en we er veel plezier aan beleven zal het nog wel wat jaren duren voordat ik dit zelf in de categorie nostalgisch zal plaatsen.

De nieuwe term is dus “vintage”. Vintage staat voor iets wat gewoon oud is en daardoor ook weer een aantrekkingskracht krijgt. Helemaal waar is het niet, want een voorwaarde voor Vintage is dat het minimaal 30 jaar oud moet zijn. Onze camper is niet een van de jongste, maar om Vintage te worden zal hij nog even door moeten tuffen. Ik daarentegen kan me er op beroepen dat ik al ruim 20 jaar vintage ben al zullen daarover de meningen ook wel verdeeld zijn.

We parkeren onze “vintage” camper op een parkeerplek welke ook wel wat weg heeft van het plaatselijke zwembad, of misschien kan ik het in deze context beter hebben over een modderbad. We zoeken even naar een plaatsje waar we het meeste hoop hebben om met droge voeten uit de deur kunnen stappen. Met een beetje heen en weer rijden vinden we de perfecte plek. Perfect is misschien niet het goede woord. Best haalbaar onder de huidige omstandigheden dekt wellicht beter de lading.

Hoewel we na de wandeling van gisteren hadden besloten het vandaag rustig aan te doen gaan we toch de wandeling naar “Point of Sleat” ondernemen. Een wandeltocht van iets meer dan acht kilometer met op het eindpunt een vuurtoren.

Onder een dikke pak wolken beginnen we aan de tocht, en het duurt ook niet zo lang voordat de eerste regen op ons neerdaalt. Gelukkig is het maar een korte bui zodat we onze regenkleding gewoon in de rugzak kunnen laten.

Het eerste deel van het pad is op zijn zachts gezegd saai. Erg saai. Dat ligt niet aan de omgeving maar meer aan het type pad. Het is een redelijk brede weg waar een auto mits vier wiel aangedreven makkelijk overheen zou kunnen. Om te wandelen in de wildernis moet in mijn optiek een pad slechts te voet begaanbaar zijn.

Het treft, want na ongeveer de helft te hebben gelopen komen we uit op een smal en meteen ook sterk stijgend pad. Het pad is erg glibberig van de vele neerslag van de afgelopen dagen. Het is manoeuvreren tussen modder, nat gras, stenen en kleine beekjes. Eigenlijk is dat dan ook weer niet leuk. Je moet je zo enorm concentreren op waar je de volgende stap wilt zetten dat je van de omgeving weinig meekrijgt.

In deze uithoek blijken dan toch nog een viertal huisjes te staan. Als je hier gaat wonen moet je toch wel erg gesteld zijn op je privacy. Een overvloed aan bezoek zul je niet snel krijgen, of het moet zijn dat al je vrienden en familie beschikken over een quad en / of vierwiel aangedreven voertuig.

Een stukje verderop zijn enkele archeologen bezig met opgravingen. Terwijl de een emmertjes vol schept met modder, is een ander bezig met het verplaatsen van de modderemmertjes naar een andere archeologe die de modder dan weer in zeven schudt en met behulp van stromend water uitspoelt. Het groepje archeologen is erg enthousiast, ten teken dat ze waarschijnlijk net iets hebben gevonden wat zeer de moeite waard is.

Ik kijk nog even naar de modderscheppende archeologe en vraag me af waarom ze juist op die plek graaft waar ze graaft. Ik zie enkel een stukje leeggeschept grasland dat zich op geen enkele manier onderscheidt van het stukje grasland daar naast. Maar goed, ik heb dan ook niet gestudeerd voor archeoloog.

Wij wandelen weer een stukje verder over de zompige bodem als we enkele minuten later de vuurtoren in het oog krijgen. Het is voor mij niet meteen de vuurtoren die in het oog springt en mij doet grijpen naar de camera, maar meer de omgeving waarin hij is gebouwd. Geweldige steenformaties die wellicht door geologen als erg interessant gezien wordt. Ik vind het alleen maar erg mooi, maar goed, voor geoloog heb ik per slot van rekening ook niet gestudeerd.

Ik had hier nog een behoorlijke tijd kunnen blijven zitten en genieten van de omgeving, maar de vele midges die hier zitten blijken professionele pestkoppen die ons geen moment met rust laten. Ondanks smeerseltjes en een muskietennet waarmee we onze hoofden beschermen weten de beestjes ons zo te sarren dat we de wandeling terug maar aanvaarden.

Het eerste stuk is dan weer goed opletten waar de voeten worden geplaatst, het tweede stuk is niet alleen saai, maar ook een ware aanslag op onze benen. Ik had niet in de gaten dat we op de heenweg vrijwel het hele stuk berg af hadden gewandeld.