Menu Close

6 september

Het moeilijkste aan onze wandelingen is altijd het juiste startpunt te vinden. Dat komt gedeeltelijk omdat we geen gedetailleerde kaart bij ons hebben, maar ook omdat de wandelboekjes die we bij ons hebben dezelfde zijn als die we in 2003 hadden. In die tijd zijn er toch wat dingen veranderd. De boeken van Skye waren trouwens wel nieuw.

De weg waar we in willen draaien is tegenwoordig een private road. We moeten dus even zoeken voor een alternatief. We vinden een plek om onze camper te parkeren en vragen voor de zekerheid ook nog even hoe we moeten lopen aan iemand die hier uit de buurt komt.

En dan sta je bij een brug waarvan die man zei dat we de weg moesten volgen. Alleen er gaan twee wegen vanaf de brug, en het is niet echt duidelijk welke weg rechtdoor gaat. Uiteraard kiezen wij dan voor de verkeerde weg. Ans kijkt regelmatig even op haar GPS en ziet dan dat we de verkeerde vallei in wandelen. We moeten ongeveer een kilometer teruglopen en nemen dan die andere weg rechtdoor vanaf de brug. En ja hoor, er staat een klein bordje met een grote pijl en met kleine lettertjes aangegeven Glomach Falls. Het doel van onze wandeling.

Het pad dat eerst nogal breed begint gaat gestaag omhoog. Dat kost natuurlijk extra inspanning. Dat merken we (vooral ik) niet eens zo zeer aan de benen, maar wel aan mijn T-shirt dat al snel nat van het zweet is. Het shirt wordt ingeruild voor een dunne fleece trui en een windjack. Bij elkaar natuurlijk een stuk warmer, maar ik ben helemaal nat, en dan is wind het laatste waaraan je behoefte hebt. Als compensatie gaat het tempo een stuk naar beneden. Langzamer lopen is minder zweten is langzaam maar zeker opdrogen.

Terwijl we de eerste kilometers veelal de zon moeten missen vanwege de wolken waaruit ook een en ander aan neerslag valt, wordt het weer langzaamaan steeds beter. Er staat wel een behoorlijke wind, maar het steeds maar blauwer worden van de lucht maakt veel goed. Na een paar uurtjes te hebben gelopen komen we aan op het hoogste punt van de wandeling. We zien in de verte al een riviertje dat te aanvoer moet zijn van de Glomach Fall, een van de hogere watervallen van Schotland. Het afdalen gaat een stuk makkelijker dan het klimmen, al verlies ik wel regelmatig mijn evenwicht over het nogal ongelijke pad. Ik geef de schuld maar aan het mooie landschap waarvan ik geen meter wil missen en waardoor ik wel eens de verkeerde kant opkijk als onder mijn voeten of een grote steen of een diepe geul moet worden genomen. Zo nu en dan wil er wel eens een krachtterm over mijn lippen komen als ik weer eens bijna met mijn neus de grond aan tik.

We komen na een half uurtje stuntelen aan bij de waterval. Het bovenste deel van de waterval is prachtig, maar je wilt na zo’n klim natuurlijk ook de rest van de waterval zien. Dat kan via een steil paadje dat ons zowat recht voor de waterval brengt. Hier moet je geen hoogtevrees hebben, want het water stort hier ongeveer honderd meter in de diepte.

Ik zoek naar leuke standpunten voor het maken van foto’s van de waterval, maar zoals veel dingen in de natuur is een waterval een waterval, en kun je niet wat dingetjes veranderen om hem leuker in beeld te brengen. Hetzelfde geld voor het licht. Het valt zo als het valt, en daar moet je het maar mee doen. Wat overblijft is een beetje spelen met sluitertijden en het vinden van leuke details.
Het zonnetje doet vandaag zijn best mij zo goed mogelijk van dienst te zijn, en daardoor is het ook geen straf om hier wat langer te blijven.

Voldaan van al het mooist dat we voorgeschoteld kregen aanvaarden we de terugweg. Die is dankzij het zonnetje een stuk aangenamer dan de heenweg. Onze kleren zijn inmiddels weer wat opgedroogd, en dat is ook een stuk aangenamer om te wandelen. Op de terugweg krijgen we nog een en ander aan Wow momenten zodat we vaak moeten stoppen omdat ik aan mijn onbedwingbare behoefte om die WOW momenten te fotograferen moet voldoen.

 

Uiteindelijk komen we ruim 7 uur na vertrek en met meer dan 18 kilometer in de voeten terug bij de camper. En dan is het toch weer erg fijn dat je met een camper alles bij de hand hebt. Ans kookt weer een lekker potje eten waarvan ik vind dat we ook echt verdiend hebben, en daarna spoelen we onder een warme douche de vermoeidheid van ons af.
Ik geloof dat we vannacht erg diep dromenland in zullen gaan.