Menu Close

25 augustus

Na een paar dagen op Skye is het tijd voor groot onderhoud aan de camper. Dat wil zeggen afvalwater lozen, chemisch toilet reinigen, watervoorraad aanvullen en de auto vol tanken. De eerste drie zaken regelen we op een camping op onze route. Het laatste bij de plaatselijke benzinepomp. Het moet zo nu en dan gebeuren, maar als alles dan weer is geloosd en aangevuld heb je het gevoel op weg te gaan in een splinternieuwe auto.

Vuurtorens spreken voor mij altijd tot de verbeelding. De vuurtoren bij Neistpoint is ons al door verschillende mensen aangeraden om te vereren met een bezoek. Over een geasfalteerd karrenspoor rijden we met bijna bijbehorende snelheid in de richting van de vuurtoren. Het is een rit met hindernissen, want de oplossing voor de te smalle weg zijn speciale passeerplekken. Verbredingen in de weg waarin je kunt wachten op tegenliggers. Het systeem werkt verbazingwekkend goed, al is het eigenlijk niet een ideaal systeem voor de te beleefde Schotten. Het komt dan ook veelvuldig voor dat we in een van die passeerstroken stil staan om een tegemoetkomende automobilist door te laten als deze een paar honderd meter verderop ook stil gaat staan en ons met lichtsignalen duidelijk maakt dat wij toch eerst mogen.

Soms rijden we tegen een steile helling omhoog en moeten dan ook even stil gaan staan. Onze camper, een oudje van 1992 valt in de categorie oude bakken. Met iets meer respect hoorde ik een collega fotograaf onlangs spreken over een “Retrocamper”. Het probleem is dat deze camper ook beschikt over retro capaciteiten. Als we eenmaal stil staan op een helling moeten we alle zeilen bijzetten om weer op gang te kunnen komen. Met veel kabaal, gestoot en gestotter lukt het dan na een paar honderd meter om over te gaan naar de tweede en soms zelfs de derde versnelling. Maar meestal wordt het zodra het zover is weer tijd om te stopen voor de volgende tegenligger.

Na een behoorlijk lange rit komen we toch aan bij Neist Point. De parkeerplaats staat overvol. Net als ik bang ben dat we onverrichter zake zullen moeten omkeren rijd een auto weg. De plaats is net iets langer dan onze camper, dus met een beetje fileparkeren zou het moeten lukken. Dat valt met een camper natuurlijk nog niet zo mee, maar tot mijn eigen verbazing staat hij in een keer goed. Oké, Ans heeft mij aangegeven hoever ik naar achteren kon rijden alvorens de bumper van de auto achter mij onherstelbaar te vernielen, maar de auto staat. Trots kijk ik om me heen, maar volgens mij heeft niemand mijn sterk staaltje fileparkeren gezien. Toch een tegenvaller.

We wandelen naar de vuurtoren wat vanaf de parkeerplaats toch nog altijd anderhalve kilometer enkele reis is. En niet over rechte wegen, maar steil naar boven en steil naar beneden. Naar beneden gaat natuurlijk fluitend, naar boven gaat ook fluitend, maar dan zijn het eigenlijk meer mijn longen die piepen.

Van een kleine afstand lijkt de vuurtoren nog heel wat, maar als we dichterbij komen zien we toch wel dat het aan onderhoud schort. De toren zelf is keurig onderhouden, maar alle bijgebouwen zijn volgens mij al meer dan 10 jaar ongebruikt. De sloten zitten dicht geroest, en de roest is tot ver onder de sloten in het hout doorgelopen. In een van de ruimtes ligt een stapel papier van ongeveer een halve meter hoog. Iemand heeft hier heel lang al zijn tijdschriften bewaard. Ik vermoed zo’n twee en een halve kubieke meter aan papier waarvan veel ongelezen.

Er zullen best pogingen zijn gedaan een en ander te onderhouden. Dit concludeer ik uit de vele doorgeroeste verfkannen die in een andere ruimte staan. We hangen wat rond bij de vuurtoren totdat ik ervan overtuigd ben dat ik alle standpunten rondom de toren wel heb gefotografeerd. Dan beginnen we aan de weg terug naar de camper, en dat is voornamelijk bergop. Zo nu en dan hebben we even tijd nodig om weer op adem te komen.

Ik wil ook graag in de avonduren wat foto’s schieten van de vuurtoren, maar de middag is nog te lang om zomaar voorbij te laten gaan. We beginnen aan een wandeling in de richting van een grote kaap. Watersteinhead. De wandeling voert door een weiland dat wordt gebruikt door schapen en koeien. Het is soms echt manoeuvreren tussen schapenpoep en koeienflatsen, maar we brengen het er niet slecht van af. De koeien trekken zich werkelijk niets van ons aan in tegenstelling tot de schapen. De schapen staan eerst heel lang te kijken wat er eigenlijk gebeurt als ze ons aan zien komen en rennen dan op het laatste moment hard van ons weg. Wat er in die koppetjes omgaat weet ik niet, maar soms valt het wegrennen plotseling stil en beginnen ze zomaar weer te grazen om vervolgens zich met een schok te realiseren dat ze van ons aan het wegrennen waren waarna ze de vluchtpoging weer voortzetten.

Wij lopen tot een punt waar we hadden verwacht op een weide uit te komen als we plots voor een bijna loodrechte honderden meters hoge klif staan. Dat is dus het einde van deze wandelroute. We draaien om richting camper. Het is ondertussen zwaar bewolkt geworden, en het idee om de vuurtoren te fotograferen onder een sprankelende Melkweg maakt plaats voor een nachtje doorslapen.
Die nacht klettert de regen regelmatig hard op het dak van onze camper.