Menu Close

26 augustus

De ochtend ziet er niet zo rooskleurig uit. Een grijze lucht en veel wind. We besluiten dapper te zijn en rijden naar Ramasaig om daar te gaan starten aan een wandeling van 8,5 kilometer. We rijden wederom over veel te smalle weggetjes, alleen dit keer zonder ook maar één tegenligger te zien. Nou is dat niet helemaal waar, want ongeveer een kilometer voor ons doel wordt de weg versperd door een honderdtal schapen. Daarachter staan twee quads waarvan de bestuurders hun best doen de schapen voor zich uit te jagen. De schapen zijn duidelijk van het padje, want zodra ze onze camper in beeld krijgen snappen ze niet meer wat eigenlijk de bedoeling was. Wegvluchten voor een quad was nog wel de bevatten, maar als er vanaf de andere kant ook nog wat aankomt wordt het toch wat moeilijk. Uiteindelijk besluit het opperschaap dat ze als kudde ook het asfalt kunnen verlaten. Professioneel leid hij de kudde het terrein in. Terwijl de bestuurder van de quad niets anders rest dan de kudde te achtervolgen, vervolgen wij onze weg richting Ramasaig.

Of we ons doel hebben bereikt weet ik niet, maar onze navigator besluit dat we zijn aangekomen. Ramasaig is in dat geval niet meer dan een boerderij met een paar kleine bijgebouwen. Aan de eigenaar vragen we toestemming om onze camper voor de duur van de wandeling te parkeren. Wij pakken onze spullen en gaan op pad.

Of het de regen van de afgelopen nacht is, of dat het hier altijd zo drassig is weet ik niet, maar waar we ook lopen, we zakken enkeldiep weg in de blubber. Na een paar honderd meter lopen heb ik eigenlijk al spijt van mijn veel te vol geladen rugzak met fotospullen. Het weer is niet uitnodigend om plaatjes te schieten. Om niet helemaal zonder foto’s terug te komen van deze wandeling stoppen we bij een kleine waterval die door zijn modderige water tussen de heideplanten toch nog wel enigszins fotogeniek genoemd kan worden. Dan berg ik de camera weer op en vervolgen we de wandeling.

Na een paar kilometer op de route zien we in de verte een nog mooiere waterval en een oud vervallen huis. Twee zaken die toch wel op mijn lijstje van interessante onderwerpen om gefotografeerd te worden staan. We laten het huisje even voor wat het is en wandelen eerst naar de waterval. Ook deze stroom ziet enigszins grauw van de modder wat het wel een beetje extra punch geeft.

Bijna ongemerkt heeft het wolkendek plaatsgemaakt voor een blauwe lucht. Het wordt al snel warm in het zonnetje, dus het wordt tijd om even onze lunch te gebruiken. We zoeken een goed plekje uit en genieten van het eten, hete koffie en elkaars gezelschap. Tussen twee hoge kliffen door meandert het riviertje verder naar de oceaan. Boven de oceaan hangt een zware bui die langzaam onze kant uit drijft. Langzaam zie je de regen dichterbij komen. Nog even verwachten we dat de bui net schuin aan ons voorbij gaat trekken. Het is bijna te laat om de regenkleding nog aan te trekken. De broek had ik nog aan van de vorige bui, dus voor mij is het enkel een regenjas die ik snel aan moet trekken. Ans kan alleen nog de broek een beetje als een dekentje uitspreiden over haar benen en laag blijven zitten. De bui duurt nog geen vijf minuten, maar zonder regenkleding hadden we nu terug gekund naar de camper. Met het verdwijnen van de regen verschijnt al snel weer de zon en kunnen onze regenspullen terug in de rugzak. Het wordt zelfs al snel aangenaam warm. We volgen het riviertje naar de zee waarbij we onderweg nog even stoppen bij het vervallen huisje. Ik vraag me dan altijd af hoe het moet zijn geweest in de tijd dat dit huis nog bewoond werd. Ik denk dat ik alle romantische ideeën van het idyllische wonen wel terzijde kan schuiven en vervangen door iets wat meer lijkt op armoede en ellende.

Tussen de bloeiende heidevelden vervolgen we onze weg richting de zee. Hier en daar staan nog wat overblijfselen wat waarschijnlijk onderkomens zijn geweest voor de schapen. Waar de rivier en de zee elkaar ontmoeten blijven we even zitten om de omgeving goed in ons op te nemen. Het is mooi om in het tegenlicht van de zon te zien hoe het bruinige water zich vermengt met het water van de zee.

Dan wordt het tijd om een pad omhoog uit deze vallei te vinden. We volgen enkele schapensporen die in ieder geval de goede kant in leiden, maar van een pad is hier geen sprake. Een van de mooie zaken hier op Skye, er is een wandeling, je weet ongeveer waar je heen moet gaan, maar welke route je moet nemen of waar je je voeten neer moet zetten mag je hier voor een groot deel gewoon zelf weten. We klimmen hoger en hoger tot we het hoogste punt van onze wandeling hebben bereikt. Als we over de rand van de erg hoge klif kijken en Ans de diepte kan zien zegt ze “Hoe”. En ik denk dan ook dat deze klif, die “Hoe-kliff” heet zo aan zijn naam is gekomen.

Vanaf dit punt gaat de wandeling voornamelijk weer naar beneden wat het lopen een stuk makkelijker maakt. Niet veel later staan we aan een kleine waterval die uitkomt in de oceaan. Volgens de wandelgidsen is het niet mogelijk hier te komen, maar dat vinden wij beidde eigenlijk wel meevallen. We komen redelijk dichtbij en hebben zo uitzicht op de waterval en de vuurtoren van Neist point… Een mooi plekje om te zijn.

We wandelen dwars door een weiland terug naar de camper. We hebben niet zo veel zin om een overnachtingsplek te zoeken en rijden daarom maar terug naar de vuurtoren bij Neist point waar we gisteren ook hebben overnacht.
Het is in de avond redelijk helder. Wie weet levert de zonsondergang bij de vuurtoren nog wat spektakel op. Rond 20:30 haasten we ons daarom naar de vuurtoren waar de zonsondergang wel mooi maar niet spectaculair is. Zonder bijzondere foto’s mogen we de route terug omhoog nogmaals lopen.

Rond 23:00, we hebben wat zitten lezen in de camper maken we ons klaar voor een nieuwe wandeling naar de vuurtoren. Dit keer in het volledige donker. De sterren fonkelen prachtig aan de zwarte hemel, en het enige licht wat in het eerste deel van de wandeling de duisternis doorbreekt is het licht van onze zaklampen dat regelmatig reflecteert in de ogen van de vele schapen die hier proberen wat uit te rusten van het vele kauwen en herkauwen waarmee schapen nu eenmaal hun dagen vullen.

Aangekomen bij een plek die me wel geschikt lijkt plaats ik de camera op het statief. De instellingen heb ik zoveel mogelijk in de camper al gemaakt, dus binnen de kortste keren kunnen we genieten van de miljoenen sterren boven ons. Zo nu en dan valt er een naar beneden, de mooiste net op het moment dat ik de camera heb opgeborgen.