Menu Close

28 augustus

De ochtend begint erg koud. Een waterig zonnetje probeert door de wolken te breken. In de verte lukt dat zo nu en dan, maar de rest van onze omgeving moet het zonder zon doen. We rijden weg van onze overnachtingsplek en parkeren iets voorbij Duntulm Castle. Deze dag hebben we uitgekozen voor het bezoeken van het noordelijkste puntje van Skye, Rubha Hunish. De wandeling gaat tussen bloeiende heide en veel kleine stroompjes of natte ondergrond. Het blijft dus continu zoeken naar het ideale pad.

Het pad voert ons hoger en hoger tot we uitkomen op een hoge klif. Diep onder ons zien we nog een stuk land liggen wat vrijwel onbereikbaar lijkt. Het hoogteverschil met onze huidige locatie is zo groot dat ik me geen pad naar beneden kan voorstellen. We gaan eerst naar een huisje dat iets verderop de klif staat. Het huisje was een voormalig onderkomen van de kustwacht die vanuit hier de omgeving in de gaten hield. Toen het huisje werd verlaten werd het ingericht voor trekkers als schuilhut en als slaapplaats.

Wij nemen buiten plaats op een bankje waar we ons te goed doen aan door ons meegebrachte brood en koffie. Als we de route op de GPS nog eens goed bestuderen zien we dat er een mogelijkheid is om af te dalen naar het lager gelegen land. We zoeken die plaats op en beginnen aan de afdaling. Vooral het eerste stuk is wat lastig. Het is nog net geen handen en voetenwerk, maar je moet wel goed kijken waar je die voeten neerzet. Niet voor iedereen aan te raden, maar als je goed ter been bent en geen last hebt van hoogtevrees is het zeker goed te doen.

Op de lage vlakte aangekomen kijken we terug omhoog en zijn we onder de indruk van de gigantische rotswand die nu voor ons opdoemt. De diverse rotspunten, doorkijkjes en open stukken zee tussen de rotsen door zorgen voor veel oponthoud als je gewapend met camera rond loopt. Overal zijn leuke foto mogelijkheden. Je moet erg uitkijken niet te veel verschillende dingen te willen fotograferen, want dan heb je aan een dag niet voldoende.

We lopen naar het meest noordelijke punt waar een grote groep aalscholvers zit op te drogen. Klapperend met hun vleugels, of soms gewoon met hun vleugels wijd open staan ze op de rots. Gewapend met mijn camera en grootste teleobjectief sluip ik dichterbij om de beestjes te fotograferen. Bij iedere stap die ik hier zet, ben ik bang dat de vogels er vandoor zullen gaan. Volgens mij had ik met een koprol en driekwarts achterwaartse radslag onder het zingen van Old Macdonald had a farm nog wel tevoorschijn kunnen springen, en hadden de vogels me nog steeds een beetje ongeïnteresseerd aangekeken en waren ze gewoon doorgegaan met waar vogels nu eenmaal mee bezig horen te zijn.

Ik kan me fotografisch heerlijk uitleven op deze prachtige vogels. Als verrassing duikt er achter de vogels ook nog even een zeekoe tevoorschijn. Ik ben niet snel genoeg om het beestje perfect op de foto te krijgen maar ben ook niet helemaal ontevreden.

Na een tijdje neem ik afscheid van mijn nieuwe vriendjes en loop ik terug naar Ans die een stukje verderop geduldig wacht op mijn terugkomst. We vervolgen onze weg terug naar de camper. Eerst moeten we natuurlijk die klif weer beklimmen, maar daarna is het enkel afdalen en dan nog een stukje terug over de weg.

We zoeken weer een leuk plekje voor de nacht met uitzicht op zee. Dit keer is de aardrotatie iets minder spectaculair.